1.. De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend op basis van een vastgestelde berekeningstool, waarin de volgende componenten worden ingevuld:

  • - de verklaring omtrent de inkomensterugval;
  • - het inkomen over januari 2020 en januari 2021;
  • - het totaalbedrag van de maandelijkse kale huur danwel de rente inzake de hypotheek voor de eigen woning, afgezet naar een maandbedrag (1/12 van het totale rentebedrag over 2020), vermeerderd met de normbedragen NIBUD voor kosten gas, water en elektriciteit;
  • - het vermogen op peildatum januari 2021;

2.. Voor de berekening gelden onderstaande uitgangspunten:

  • - Inkomen: het bij de verklaring opgegeven bedrag over de peilmaanden, bij particuliere inwoners eventueel gecheckt door middel van Suwinet;
  • - Huurtoeslag: wordt niet in de berekening meegenomen;
  • - Zakelijke lasten in verband met de eigendom van een woning: wordt niet in de berekening meegenomen;
  • - Kosten van water, gas en elektriciteit: normbedragen NIBUD, passend bij de vorm van bewoning;
  • - Woonkosten die altijd voor rekening van belanghebbende blijven: € 238,-
  • - Inkomen boven 110% van de toepasselijke bijstandsnorm is 100% draagkracht;
  • - Vermogen boven de vermogensgrens is 100% draagkracht;
  • - Eventueel vermogen boven de vermogensgrens (oververmogen) wordt, wanneer dit minder bedraagt dan de tegemoetkoming op grond van de Tonk, ineens ingeteerd.