Voor de toepassing van deze beleidsregels beschouwt het college de volgende kosten als “noodzakelijke kosten van het bestaan”:
woonkosten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van deze beleidsregels:
die betrekking hebben op de woning die door de aanvrager wordt bewoond; en
waarvan de aanvrager eigenaar of huurder is.
Artikel 6