Naar hoofdinhoud
1.. Bij de vaststelling van het inkomen hanteert het college de inkomensbepalingen uit de wet, waarbij rekening wordt gehouden met het inkomen van de aanvrager en eventuele partner (inclusief reservering voor vakantietoeslag). 2.. In afwijking van het eerste lid maakt het college bij de vaststelling van het inkomen uit arbeid in eigen bedrijf of beroep als zelfstandige gebruik van artikel 6, tweede en derde lid, van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers, met dien verstande dat een negatief inkomen uit eigen bedrijf of beroep op 0 wordt vastgesteld. 3.. Voor de vaststelling of sprake is van een substantiële inkomensterugval wordt: wanneer de inkomensterugval in 2020 heeft plaatsgevonden gekeken naar het oude inkomen (peilmaand januari 2020) en het nieuwe inkomen (peilmaand januari 2021). wanneer de inkomensterugval zich in 2021 voordoet gekeken naar het nieuwe inkomen in de maand van inkomensterugval en de maand daaraan voorafgaand, als zijnde het oude inkomen. Artikel 8 Draagkracht uit de bijstandsnorm, inkomen en vermogen 1.. Het college maakt geen gebruik van de bevoegdheid om een drempelbedrag te hanteren als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de wet. 2.. Er wordt van uitgegaan dat belanghebbenden met een (aanvullende) bijstands(gerelateerde)- uitkering 40% van de toepasselijke bijstandsnorm kunnen besteden aan noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 6. De kostendelersnorm is niet van toepassing. 3.. Er wordt van uitgegaan dat belanghebbenden 40% van het inkomen kunnen besteden aan noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 6. 4.. Als draagkracht in vermogen wordt aangemerkt 100% van de direct beschikbare geldmiddelen boven de toepasselijke vermogensgrens bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet. 5.. Onder direct beschikbare geldmiddelen als bedoeld in het vierde lid wordt in ieder geval verstaan: contant geld; geld op betaal- en spaarrekeningen; cryptovaluta (zoals bitcoins); en de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot). 6.. Het college kijkt voor de vaststelling van de beschikbare geldmiddelen naar de beschikbare geldmiddelen op de eerste dag van de ingangsmaand waarvoor een tegemoetkoming TONK wordt aangevraagd. 7.. De draagkracht in vermogen wordt in mindering gebracht op de berekende tegemoetkoming TONK. 8.. Het college kan de draagkracht opnieuw vaststellen wanneer het inkomen in de maanden waarvoor de tegemoetkoming is toegekend wijzigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel