Een bevoegd gezag dat overweegt het gebruik van een gebouw of terrein te beëindigen, treedt in overleg met het college.
Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.
Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat van onderhoud opgemaakt.
De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag opgemaakt in opdracht van het college.
Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag.
Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, is er sprake van een geschil. Het college en het bevoegd gezag treden hierop in overleg met elkaar om te bezien of een oplossing voor dit geschil kan worden gevonden.
Indien binnen drie maanden na vaststelling van het geschil door het college en het bevoegd gezag geen oplossing is gevonden, staat het het college en het bevoegd gezag vrij het geschil voor te leggen aan de bevoegde burgerlijke rechter te Eindhoven.
Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
Hoofdstuk 7.
Artikel 35.
Staat van onderhoud
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Eindhoven 2021