Een bevoegd gezag van een school voor (speciaal) basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks voor 1 januari voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs. Deze opgave bevat de volgende gegevens:
de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt in een aantal klokuren. De grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan het indienen van de opgave op de school staat ingeschreven;
de aanduiding van het lokaal (of de lokalen) bewegingsonderwijs waarin het gebruik wordt gewenst;
de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek wordt gewenst.
Het college stelt jaarlijks voor 1 februari voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door scholen voor (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen lokalen bewegingsonderwijs. Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik getoetst aan de Beleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs Gemeente Eindhoven 2021 en vervolgens afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de lokalen bewegingsonderwijs. Daarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per lokaal bewegingsonderwijs.
Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot inroostering het volgende in acht:
de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld in bijlage I, deel B;
een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs, en,
het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs.
Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig is vastgesteld, voor 15 februari in kennis van het rooster. Hierbij worden per school de volgende gegevens vermeld:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd;
het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is toegewezen, en,
de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt.
De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 10 maart reageren op het voorstel.
Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor 10 maart. In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen reageren op het voorstel.
Het college stelt het rooster voor 1 mei definitief vast en houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde gezagsorganen. Binnen twee weken na vaststelling van het rooster ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering voor het volgende schooljaar in de beschikbare lokalen bewegingsonderwijs van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen.
Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is vastgesteld.
Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school.
Ten aanzien van eventuele vergoeding geldt het bepaalde in de Beleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs Gemeente Eindhoven 2021 en de daarbij behorende bijlagen.
Hoofdstuk 8.
Artikel 36.
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Eindhoven 2021