Als de informele behandeling niet heeft geleid tot een oplossing, dan wordt de behandeling van de klacht als volgt voortgezet:
a. als de klacht betrekking heeft op een gedraging van een medewerker, dan vindt de behandeling plaats door een hoofd van een afdeling waar de medewerker niet werkzaam is;
b. als de klacht betrekking heeft op een gedraging van de klachtencoördinator of een afdelingshoofd, dan vindt de behandeling plaats door de gemeentesecretaris.
c. als de klacht betrekking heeft op een gedraging van de gemeentesecretaris of de directeur programma’s en projecten, dan vindt de behandeling plaats door de burgemeester.
d. als de klacht betrekking heeft op een gedraging van de burgemeester, een lid van het college of het college, dan vindt de behandeling plaats door de klachtencommissie.
e. als de klacht betrekking heeft op de raad of een medewerker van de griffie, dan vindt de behandeling plaats door de klachtencommissie.
In de gevallen genoemd in het eerste lid, is de klachtencoördinator de aldaar genoemde behandelaars behulpzaam bij de behandeling van de klacht. De klachtencoördinator ziet er voorts op toe dat de behandeling van de klacht overeenkomstig de toepasselijke regelgeving plaatsvindt. Als de klacht betrekking heeft op een gedraging van de klachtencoördinator, wordt de gemeentesecretaris bij de behandeling van de klacht bijgestaan door een door hem aan te wijzen medewerker.