Overtredingen APV
Vergunningplicht
Indien de exploitant een inrichting voert zonder de daarvoor benodigde vergunning maakt de burgemeester in dergelijke gevallen gebruik van zijn bevoegdheid om het pand waar de bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden te sluiten. Bij de behandeling van de vergunningsaanvraag worden de reguliere termijnen van de Awb gevolgd. Er is in ieder geval sprake van illegale exploitatie als deze:
wordt geëxploiteerd terwijl geen vergunning is verleend;
wordt geëxploiteerd terwijl de vergunning is ingetrokken of geweigerd.
Exploitatie zonder
vergunning
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Exploitant dient de exploitatie onmiddellijk te staken en waarschuwing
(zie toezichthouder)
2e constatering
Bestuurlijke rapportage en dossier naar burgemeester
Sluiting voor onbepaalde tijd
Exploitatieplan
Voor het verkrijgen van een vergunning moet de exploitant van een autoverhuurbedrijf een exploitatieplan inleveren. De ondernemer krijgt de kans om te laten zien hoe hij in de toekomst zonder incidenten of overtredingen zijn openbare inrichting wil exploiteren. Het exploitatieplan wordt gezien als een onderdeel van de vergunning, of beter gezegd: aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat wordt geëxploiteerd volgens het exploitatieplan. Als wordt geconstateerd dat de ondernemer dit plan niet naleeft, is dit een ernstige overtreding, die kan leiden tot intrekking van de exploitatievergunning.
Overgangsregeling
De exploitatievergunning vervalt als een exploitant de exploitatie van het bedrijf beëindigt. Wanneer dit naar aanleiding van een overname of een gewijzigde samenstelling is, werkt het vervallen van de vergunning van rechtswege beperkend voor de bedrijfsvoering. In die gevallen kan worden gewerkt met een overgangsrecht onder de navolgende voorwaarden:
dat de bestaande exploitatievergunning voor een inrichting vervalt van rechtswege doordat de inrichting wordt beëindigd of dat de bedrijfsvoering wordt voortgezet door een nieuwe exploitant.
dat binnen een uiterlijke termijn van 14 werkdagen na beëindiging van de huidige exploitatie inrichting een ontvankelijke aanvraag om exploitatievergunning is ingediend door de nieuwe exploitant.
dat tijdens de overgangsperiode dezelfde voorschriften zijn verbonden als aan de beëindigde exploitatievergunning.
dat het tijdelijke overgangsrecht slechts een geldigheid heeft totdat de burgemeester een besluit neemt op de aanvraag, maar ten hoogste voor een periode gelijk aan de behandeltermijn van acht weken (met de mogelijkheid tot 8 weken verlenging).
Nadelige (dreigende) beïnvloeding van de leefbaarheid in het gebied (overlast)
Bij (klachten van) overlast moet het volgende in ieder geval duidelijk zijn:
er zijn duidelijke effecten op de woon- en leefomgeving (de situering van de openbare inrichting en het karakter van de omgeving wordt daarbij meegewogen); en
de overlast moet te herleiden zijn tot het bedrijf waarop de klachten betrekking hebben; en
het moet gaan om "objectiveerbare" overlast. Dat wil zeggen dat gemiddeld genomen ieder weldenkend mens dit als overlast zou beschouwen. Deze overlast moet dan wel worden waargenomen (en als zodanig geregistreerd) door politie (algemeen), toezichthouders van de regionale omgevingsdienst of gemeentelijke toezichthouders. Voorbeelden zijn parkeerexcessen, vandalisme, afval, schreeuwen op straat, enz.).
Overlast leefomgeving
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Waarschuwing
Waarschuwing
2e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten max. 2 weken
3e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten max. 1 maand
4e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten max. 3 maanden
5e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten voor onbepaalde tijd
Ernstige (Dreigende) aantasting van de openbare orde
Bij ernstige geweldsincidenten en bij aanwezigheid van vuurwapens zijn de openbare orde en veiligheid in en rondom de inrichting per definitie aangetast.
Aanwezigheid van vuurwapens
De aanwezigheid van vuurwapens levert een direct risico op voor personeel en bezoekers van de openbare inrichting en passanten en omwonenden rondom de inrichting. Wanneer vuurwapens in een openbare inrichting worden aangetroffen, is dit een ernstige overtreding. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen de aanwezigheid van vuurwapens en het gebruik ervan. Wordt met een vuurwapen geschoten, dan is er sprake van een ernstig geweldsincident. Dit geldt ook wanneer met een vuurwapen wordt gedreigd of als deze ter hand wordt genomen.
Ernstige geweldsincidenten
Als ernstige geweldsincidenten (in, vanuit of in de directe omgeving van de openbare inrichting) worden in ieder geval beschouwd:
Incidenten waarbij één of meer vuur-, steek-, of slagwapens is/zijn gebruikt of met gebruik ervan is gedreigd;
Incidenten waarbij één of meer dodelijke slachtoffer(s) is/zijn gevallen;
Incidenten waarbij één of meer slachtoffer(s) ernstig gewond is/zijn geraakt;
Vechtpartijen waarbij dan wel personeel als bezoekers van de openbare inrichting bij betrokken zijn;
(Onvrijwillige) toediening van bedwelmende middelen (lijst II Opiumwet).
Ernstige geweldsincidenten
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten 3 maanden
2e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten 6 maanden
3e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Intrekken exploitatievergunning
Om de openbare orde en veiligheid onmiddellijk te herstellen, wordt de openbare inrichting voor een korte periode gesloten. De exploitant, of in voorkomende gevallen zijn beheerder, wordt in dat geval (telefonisch) gehoord. Als uit onderzoek en een (zienswijzen)gesprek met de exploitant blijkt dat er kans is op herhaling en/of de openbare orde zo ernstig is aangetast dat heropening van het bedrijf niet verantwoord is, besluit de burgemeester om de openbare inrichting gesloten te houden. Bij een geweldsincident waarbij uit de door de politie aangeleverde rapportage blijkt dat de exploitant van de inrichting als slachtoffer of als niet-betrokkene, kan worden aangemerkt en er daardoor geen enkele sprake is van enige verwijtbaarheid of nalatigheid, zal niet worden overgegaan tot intrekking van de exploitatievergunning ofwel sluiting van de inrichting voor een langere periode. (N.B. Hiermee wordt niet bedoeld dat sprake moet zijn van schuld. De verantwoordelijkheid van exploitanten reikt verder (risicoaansprakelijkheid)). De burgemeester kan ook besluiten dat een langere sluiting niet noodzakelijk is. De feiten en omstandigheden moeten hiertoe wel aanleiding geven (bijvoorbeeld dat de exploitant overtuigend kan aantonen dat hij maatregelen treft die herhaling in de toekomst voorkomen).
Overtreding plichten en voorschriften vergunning
Aan de exploitatievergunning worden altijd voorschriften verbonden. Dit kunnen algemene voorschriften zijn die in de reguliere vergunningverlening aan de desbetreffende openbare inrichting worden opgelegd (bijvoorbeeld dat wordt geëxploiteerd conform het bij de vergunningaanvraag ingediende exploitatieplan, bestemmingsplan, Wet Milieubeheer of een beheersverordening/gebiedsplan), maar ook specifieke voorschriften die bijvoorbeeld zijn bedoeld om de exploitant expliciet te dwingen om op de voorgeschreven manier te exploiteren. Ook kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de vergunning op grond van de Wet BIBOB of naar aanleiding van een BIBOB-onderzoek. Als wordt geconstateerd dat de exploitant zich niet aan de voorschriften houdt, wijst de burgemeester de exploitant er in principe altijd eerst op dat hij zich aan de voorschriften moet houden. Indien de exploitant zich niet houdt aan de geldende plichten en voorschriften die verbonden zijn aan de vergunning kan de vergunning worden ingetrokken.
Exploitatie niet conform
vergunning
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Waarschuwing tenzij anders bepaald
(zie toezichthouder)
2e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Intrekken exploitatievergunning
Slecht levensgedrag van exploitant of beheerder
Van een exploitant wordt verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Ook verwacht de gemeente dat de exploitant gekwalificeerd personeel aanstelt en de leiding over zijn openbare inrichting in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd. Wanneer wordt geconstateerd dat de exploitant of zijn beheerder(s) in enig opzicht van slecht levensgedrag is, is dit reden om de exploitatievergunning in te trekken dan wel te wijzigen door de beheerder hiervan te laten verwijderen.
Slecht levensgedrag
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Besluit indien exploitant:
Intrekken exploitatievergunning
Besluit indien beheerder:
Beheerder verwijderen van exploitatievergunning
2e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Indien volgende beheerder: Intrekken exploitatievergunning
Herhaling van constateringen dat beheerders van slecht levensgedrag zijn, kan ertoe leiden dat de burgemeester zijn vertrouwen verliest in de exploitant en dienovereenkomstig maatregelen treft.
Betrokkenheid of ernstige nalatigheid bij activiteiten of strafbare feiten vanuit het bedrijf
Het is onwenselijk dat bedrijven het toneel zijn van strafbare handelingen of een uitvalsbasis vormen voor criminelen. Van de exploitant wordt verwacht dat hij ervoor zorgt dat in het bedrijf geen zaken gebeuren die bijdragen aan het criminele circuit. Als de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed kan de burgmeester op grond van artikel 2.41, lid 7, sub e de vergunning intrekken of wijzigen. Hierbij kan onder andere (maar niet uitsluitend) gedacht worden aan:
Heling;
Illegaal gokken;
Drugshandel;
Tewerkstellen van illegalen (in strijd of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000);
Het voortdurend betrokken zijn bij (al dan niet ernstige) overtredingen en activiteiten die de openbare orde nadelig beïnvloeden.
Strafbare feiten
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten max. 3 maanden
2e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Sluiten max. 6 maanden en intrekken exploitatievergunning
Wijziging of beëindiging van de bedrijfsmatige activiteiten zonder nieuwe vergunning
Vinden in de inrichting wijzigingen plaats die niet zijn gemeld of vergund dan wordt hiertegen streng opgetreden. Dit geldt ook voor het niet uitvoeren van activiteiten die wel zijn vergund. Indien een wijziging wordt geweigerd valt men terug op de matrix ‘exploitatie zonder vergunning’.
Wijziging zonder melding
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Bestuurlijke rapportage
Waarschuwing en verplichting legalisering
binnen 2 weken.
Waarschuwing
2e constatering
Bestuurlijke rapportage
Last onder bestuursdwang
Intrekken exploitatievergunning
Feitelijke toestand niet in overeenstemming met de vergunning (Schijnbeheer)
Er is sprake van schijnbeheer als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over (en leidinggeeft aan) de openbare inrichting, maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon vanwege zijn/haar strafrechtelijke verleden geen vergunning kan krijgen en daarom een ander de vergunning laat aanvragen. Dergelijke schijnbeheerconstructies worden niet getolereerd.
Slecht levensgedrag
Toezichthouder
Burgemeester
1e constatering
Bestuurlijke rapportage
Procedure last onder bestuursdwang
Intrekken exploitatievergunning
Onder schijnbeheer worden die situaties verstaan waarbij de feitelijke eigenaar bewust op de achtergrond blijft (bijvoorbeeld om een antecedentencheck te ontwijken). Op basis van het dossier zal de burgemeester beoordelen of voldoende aannemelijk is dat een schijnbeheerconstructie wordt gebruikt. Gaat het niet om schijnbeheer, dan volgt handhaving volgens de stappen bij 'Wijzigen exploitant zonder nieuwe vergunning'.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1