1.. Beschikbare geldmiddelen zijn geldmiddelen waarover de aanvrager en de eventuele partner op 1 januari 2021 beschikt of redelijkerwijs kon beschikken.

2.. Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan:

  • - contant geld;
  • - geld op betaal- en spaarrekeningen (met uitzondering van spaargelden bestemd voor kinderen die behoren tot het huishouden);

3.. De vermogensgrens is vastgesteld op € 31.340.

4.. Het vermogen verbonden in de eigen woning wordt niet meegerekend.

5.. In afwijking van het derde lid is het vermogen van ondernemers en zelfstandigen vastgesteld op € 46.250.

6.. Als het vermogen genoemd in het derde en vijfde lid meer bedraagt dan genoemde bedragen bestaat er geen recht op een tegemoetkoming TONK.