1.. Het inkomen en het vermogen worden in aanmerking genomen overeenkomstig de artikelen 31 t/m 34 van de Participatiewet en de toepasselijke ‘beleidsregels middelentoets’ die zijn vastgesteld ten behoeve van de uitvoering van de Participatiewet, algemene bijstand.

2.. Buiten beschouwing voor de vermogenstoepassing blijven:

  • - Het vermogen tot de bescheiden vermogensgrens;
  • - Het vermogen uit de eigen woning en overige vermogensbestanddelen anders dan banktegoeden en/of spaargelden.

3.. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaande aan de maand van de aanvraag bepalend.