Uitkomst woningmarktanalyse
Er is geen aanleiding om de huidige woonprogrammering voor studenten aan te passen. Wel is een aanpassing van de looptijd nodig om deze weer synchroon te laten lopen met de algemene woonprogrammering.
Voor de programmering van studentenhuisvesting kan de huidige groeitrend met gemiddeld 485 eenheden per jaar voor in Maastricht wonende studenten worden doorgetrokken naar het jaar 2025.
De effecten van Corona op de ontwikkeling van studentenhuisvesting kunnen in potentie groot zijn. Daarom is het van belang om de te ontwikkelen huisvesting zodanig vorm te geven dat deze eenvoudig is in te zetten voor woningzoekenden met een min of meer vergelijkbare woningvraag.
Vertaling naar de woonprogrammering
Een groei van afgerond 2.400 eenheden voor de jaren 2020 t/m 2025, waarvan 75% grootschalig (1.800) en 25% kleinschalig (600).
De huidige 40-40-40-regel blijft in stand. Dat betekent ook dat splitsen en omzetten van bestaande woningen alleen blijft toegestaan voor de doelgroep studenten. Voor andere doelgroepen blijft dit niet toegestaan. Redenen hiervoor zijn het voorkomen van een te grote druk op woonbuurten als gevolg van de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Zeker daar waar er sprake is van noodzakelijke begeleiding en/of zorg. Alleen bij kleinschalige herbestemming is er via maatwerk ruimte voor andere doelgroepen dan studenten.
Bij de uitvraag voor tijdelijke woningen is door de gemeente destijds expliciet gevraagd om studentenhuisvesting te mengen met andere doelgroepen. In het project voor tijdelijke studentenhuisvesting in Randwyck als ook bij het naar studentenhuisvesting verbouwde kantoorgebouw Europahave wordt deze mix toegepast.
Met deze woonprogrammering wordt een dergelijke ‘Magic Mix’ uitgebreid naar alle grootschalige studentenhuisvesting. Dat geeft invulling aan de huisvestingsopgave voor specifieke doelgroepen, zoals spoedzoekers en statushouders en levert maatschappelijke meerwaarde op. En hiermee kan worden ingespeeld op de mogelijke veranderingen in de aantallen studenten. Het mengen van studentenhuisvesting met andere doelgroepen kan alleen na toestemming vooraf door de gemeente. De mogelijkheden en beperkingen van mengen van doelgroepen kunnen daarbij per locatie verschillen. Daar waar er sprake is van mengen met doelgroepen die gebruik maken van zorg en/of dienstverlening wordt het gewenste percentage menging ook in overleg tussen de initiatiefnemer van de woningbouw en de zorg-/dienstverlenende organisatie bepaald.
Complexgewijze huisvesting van studenten in tijdelijke woongebouwen wordt (op beperkte schaal) toegestaan mogelijk als daarbij sprake is van mengen met andere doelgroepen.
Programma
Categorie
Aantal
Grootschalige studentenhuisvesting
1800
Omzetten, splitsen en kleinschalige herbestemming (40-40-40)
600
Nadruk in aanpak
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.6
Deeluitwerking: studenten
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering