Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.7

Deeluitwerking: woonwagenbewoners

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering

Uitkomsten woningmarktanalyse Er is op dit moment onvoldoende balans in de positie van belangstellenden voor standplaatsen/huurwoonwagens in vergelijking met die van belangstellenden voor grondgebonden sociale huurwoningen. Het is daarom beleidsmatig wenselijk deze positie blijvend te verbeteren door onder andere het aantal standplaatsen met huurwoonwagens uit te breiden. Op stedelijk niveau komt er balans als het aanbod met 18 standplaatsen/ huurwoonwagens wordt uitgebreid. Daarbij is (meer) aandacht nodig voor de betaalbaarheid (huurprijs). Dat kan worden bereikt via het huurprijsbeleid van de corporaties (aftoppen, huurverlaging, twee-huren-beleid) en prijsstellingen bij uitbreiding van standplaatsen. Het is wenselijk de huidige toewijzingspraktijk (wachtlijst en specifieke bemiddelingen) te evalueren en zo nodig aan te passen. Het is daarbij van belang in te spelen op de van oudsher sterke familiebanden. Het is wenselijk om in regionaal verband overleg te voeren over het hanteren van eenduidige en gelijkluidende definities en wijze van registreren. Verdergaande afspraken, bijvoorbeeld over herverdeling van de opgave binnen de subregio, worden niet haalbaar geacht. Vertaling in woonprogrammering Opname van de aanleg van 18 standplaatsen tot 2030. Gefaseerd aan te leggen vanaf 2024 met gemiddeld 3 plaatsen per jaar. De betaalbaarheid (huurprijs) verbeteren via prijsstellingen bij uitbreiding van standplaatsen. Programma Categorie Aantal Standplaatsen en huurwoonwagens 18 Nadruk in aanpak

Rechtspraak bij dit artikel