Naar hoofdinhoud
De bodembeheernota heeft betrekking op het toepassen van herbruikbare grond of baggerspecie. In het gebiedsspecifiek beleid is het mogelijk op te nemen dat behalve schone en licht verontreinigde grond ook sterk verontreinigde grond toegepast kan worden. Op het moment van schrijven is in geen van de deelnemende gemeenten beleid voor toepassing van grond boven de interventiewaarde opgesteld. Het Bbk heeft raakvlakken met in het bijzonder de Wet bodembescherming (Wbb), de Wet milieubeheer, de Waterwet en de Woningwet. Bij het toepassen van grond of baggerspecie moet men zich ervan bewust zijn dat naast de via het Bbk gestelde milieuhygiënische regels ook andere regelgeving van toepassing kan zijn. Zo kan de aanleg van een gronddepot op basis van milieuhygiëne geen probleem zijn, maar uit het oogpunt van ruimtelijk ordening wel. Het raakvlak tussen de Wbb en het Bbk verdient bijzondere aandacht. Daarbij kan sprake zijn van samenloop. In de volgende paragraaf wordt daar dieper op ingegaan. Deze nota richt zich specifiek op grond en baggerspecie en niet op de regels rond bouwstoffen (hoofdstuk 3 van het Bbk). De regels voor bouwstoffen zijn vooral landelijk vastgelegd en laten nauwelijks ruimte voor nadere invulling op lokaal niveau. Waar het om keuzes ten aanzien van handhaving en toezicht gaat is dat opgenomen in het (regionale) Handhavingsplan 2011-2014. Voor grond en baggerspecie gaat het met name om toepassing op landbodem. Voor toepassing in oppervlaktewater zijn waterkwaliteitsbeheerders, zoals het Hoogheemraadschap van Rijnland, het bevoegd gezag en niet gemeenten, c.q. de Omgevingsdienst.

Rechtspraak bij dit artikel