Bij bodemsanering is in een aantal gevallen zowel de Wet bodembescherming (Wbb) als het Bbk van toepassing. Voor deze gevallen is, waar mogelijk, afstemming wenselijk.
Bij bodemsanering is de Wbb van toepassing, bij toepassing van grond of baggerspecie het Bbk. Bij de uitvoering van de Wbb dient rekening gehouden te worden met het lokale (regionale)
bodembeheerbeleid. Dat geldt zowel voor het generieke beleid uit het Bbk, als voor het gebiedsspecifieke beleid, vastgesteld in een bodembeheernota.
Terugsaneerwaarden en kwaliteitseis aanvulgrond
Bij het vaststellen van terugsaneerwaarden, respectievelijk de kwaliteit van aanvulgrond of leeflaag, wordt in principe de bodemkwaliteitsklasse gehanteerd, overeenkomend met de bodemfunctieklasse van het gebied. Deze is vastgelegd in de (gemeentelijke) bodemfunctieklassenkaart. Bij uitvoering van een bodemsanering is het doel altijd de voor een gebied geldende ‘duurzame bodemkwaliteit’.
Als voor het betreffende gebied Lokale Maximale Waarden (LMW) zijn vastgesteld, mogen die worden aangehouden. Voorwaarde hierbij is dat de bij dat gebiedsspecifieke beleid horende regels in acht worden genomen.
Als een vastgestelde bodemfunctieklassenkaart ontbreekt, geldt de Achtergrondwaarde (Aw) als duurzame kwaliteit.
Voor aanvulgrond zijn de eisen die volgen uit het Bbk, respectievelijk het lokale bodembeheerbeleid bepalend. Daar kan in beginsel niet van worden afgeweken. Voor de terugsaneerwaarden is dit een richtlijn. Daarvan kan gemotiveerd worden afgeweken, bij voorkeur in overleg met het bevoegd gezag Bbk.
Handelingen met grond of baggerspecie op een saneringslocatie die niet met de bodemsanering als zodanig te maken hebben, zoals extra ophogen, aanleg van een geluidswal, etc., vallen volledig onder de (uitvoerings)regels van het Bbk (lokaal geldend bodembeheerbeleid). Het bevoegd gezag Bbk handelt dat af, tenzij anders afgestemd tussen beide bevoegde overheden.
Procedures bij samenloop Wbb en Bbk
Naast inhoudelijke samenloop kan ook procedurele samenloop ontstaan, vanwege de samenloop van bevoegdheden. Dit speelt met name bij een drietal situaties.
Grondverzet boven de Interventiewaarde (onder gebiedsspecifiek beleid)
Het Bbk biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om binnen een gebied grondverzet boven de interventiewaarden toe te staan, mits dit onderbouwd is in een bodembeheernota.
Voor toepassen van grond geldt de regelgeving uit het Bbk en de daarbij horende procedurele kant, zoals het doen van meldingen.
Omdat ook de Wbb geldt (in een dergelijk geval is ook altijd sprake is van het ontgraven van grond), moeten ook de procedures in het kader van de Wbb gevolgd worden.
Het Bbk gaat vanuit juridisch oogpunt uitsluitend over het toepassen van grond en niet over het ontgraven (in dit geval ‘saneren’), ook als lokaal bodembeheer dit mogelijk maakt.
De extra procedure vanuit de Wbb, terwijl het grondverzet al toegestaan is op grond van het bodembeheerbeleid, is wettelijk toch verplicht.
NB Grond boven het saneringscriterium valt altijd onder de Wbb en nooit onder het Bbk. Daarbij wordt opgemerkt dat het saneringscriterium niet een vaste toetsingsnorm is, maar afhangt van de functie en het gebruik van een locatie.
Toepassen van grond ten behoeve van bodemsanering
De kwaliteit van grond die toegepast wordt bij een bodemsanering, zoals aanvulgrond of leeflaag, wordt afgeleid uit het geldende bodembeheerbeleid. Zoals hiervoor al is aangegeven zal dat in het algemeen overeenkomen met de bodemfunctieklassenkaart, dan wel de LMW.
De eisen ten aanzien van aanvulgrond, leeflaag en dergelijke zijn opgenomen in het saneringsplan of de beschikking op grond van de Wbb. Het is daarom niet noodzakelijk dat het bevoegd gezag Bbk verlangt dat nogmaals apart over de toepassing verantwoording wordt afgelegd.
Het bevoegd gezag Bbk is in overleg met het bevoegd gezag Wbb om de afstemming op dit punt te borgen in het Kwaliteitshandboek van de Omgevingsdienst.
Toepassen van grond bij sanering op basis van BUS-melding
Saneren op basis van een BUS-melding (Besluit uniforme sanering) is een instemmingsprocedure voor het uitvoeren van eenvoudige, door middel van standaardvoorschriften, uit te voeren bodemsaneringen.
In het BUS en het Bbk is de onderlinge verhouding duidelijk geregeld. In artikel 36-c van het Bbk staat dat het hoofdstuk Grond en Baggerspecie van het Bbk niet meer apart van toepassing is bij een procedure onder het regiem van het BUS. Daarbij is in het BUS expliciet vastgelegd dat het bevoegd gezag Wbb zich richt naar het geldende bodembeheerbeleid. De door B&W vastgestelde bodemfunctieklassenkaart of de geldende LMW is daarin bepalend.
Daarna kan afhandeling binnen het kader van de Wbb plaatsvinden. Apart melden van grondtoepassing onder het Bbk is dan niet meer vereist.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.5.