Vaststelling
Deze nota is opgesplitst in twee delen:
Deel A Algemeen
Hierin staan de algemene beleidsregels beschreven. Deze gelden voor alle gemeenten in onze regio.
Deel B Gebiedsspecifiek beleid – beleidskeuze
Hierin wordt per gemeente aangeven of voor gebiedsspecifiek beleid is gekozen en hoe dat vormgegeven is.
De wettelijk vereiste onderbouwing (bodemkwaliteitskaart en risico- onderbouwing) is per gemeente in een bijlage opgenomen.
Elke gemeente heeft een eigen Deel B.
Bodemfunctieklassenkaarten worden vastgesteld door het college van B&W van de gemeente. De Bodembeheernota wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
Per gemeente wordt vastgesteld: het algemene beleid (Deel A) en het gebiedsspecifieke beleid (Deel B) dat betrekking heeft op de eigen gemeente .
Bij wijzigingen in het gebiedsspecifieke beleid van één gemeente hoeft alleen de gemeenteraad van de betreffende gemeente een nieuw Deel B vast te stellen.
Het vaststellen van deze Bodembeheernota is een besluit waarop de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing is (Algemene wet bestuursrecht, afdeling 3.4). Het door B&W genomen ontwerpbesluit wordt ter inzage gelegd, hierop kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen.
Na definitief besluit door B&W en vaststelling door de gemeenteraad staat de nota nog open voor beroep bij de Raad van State.
Geldigheid
Een bodembeheernota (gebiedsspecifiek beleid) wordt vastgesteld voor een periode van wettelijk maximaal tien jaar.
Bodemfunctieklassenkaarten dienen binnen vijf jaar geactualiseerd te worden.
Een bodemkwaliteitskaart dient éénmaal per vijf jaar vernieuwd te worden, of wanneer er in een zone meer dan 25% nieuwe data zijn.
De Omgevingsdienst streeft ernaar de nota gelijktijdig met de bodemkwaliteitskaarten te evalueren. Afhankelijk van de uitkomst daarvan kan de nota eerder aangepast worden.
Daarnaast is het mogelijk dat lokale ontwikkelingen aanleiding zijn om tussentijds gebiedsspecifiek beleid op te stellen of aan te passen voor een zone.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.6.