Naar hoofdinhoud
De zones waarvoor gebiedsspecifiek beleid is opgesteld, zijn in overleg met de betrokken gemeenten bepaald. Gemeenten zijn in eerste instantie breed geïnformeerd over de hoofdlijnen en de mogelijkheden van het Bbk. Met vertegenwoordigers is nagegaan of opstellen van gebiedsspecifiek beleid zinvol kon zijn. Vanuit de gemeenten waren dit vooral medewerkers die betrokken zijn bij (ruimtelijke) ontwikkelingen, projectbureaus en afdelingen die met grondverzet te maken hebben. Een randvoorwaarde voor het verder uitwerken van gebiedsspecifiek beleid was dat er een (gemeentelijke) wens was om dit te doen. De zones die uit het overleg met de gemeentelijk afdelingen als kansrijk naar voren kwamen zijn verder uitgewerkt. De definitieve uitwerking van gebiedsspecifiek beleid is opgenomen in Deel B van de Bodembeheernota. De technische onderbouwingen zijn daarin als bijlage opgenomen. Voorbeelden van redenen om voor gebiedsspecifiek beleid te kiezen Men verwacht bij een gemeentelijk uitbreidingsplan veel grond nodig te hebben. Elders komt grond vrij. De kwaliteit van die grond zal naar verwachting geen probleem vormen ten aanzien van de bodemfunctieklasse van de uitbreidingslocatie. Onder het generieke beleid kan de grond echter niet worden toegepast omdat de kwaliteit verschilt met de ontvangende bodem. Door gebiedsspecifiek beleid op te stellen kan deze beschikbare grond mogelijk wel binnen de gemeente toegepast worden. Op die manier wordt op een duurzame en kostenefficiënte wijze met grondverzet omgegaan. Een binnenstad zal gezien de gebruiksfunctie standaard ingedeeld worden bij de functie Wonen. De normen daarbij zijn vooral gebaseerd op de scenario’s ‘wonen met tuin’ en ‘plaatsen waar kinderen spelen’. Verwacht men dat in dergelijk gebied veel grondverzet zal plaatsvinden, dan kan deze normering veel hergebruik van grond onmogelijk maken. Nader onderzoek naar werkelijk optredende risico’s levert mogelijk een gunstiger beeld. Zo zal de in modelberekeningen gehanteerde biologische beschikbaarheid van sommige stoffen in werkelijkheid lager zijn dan generiek wordt aangenomen. Het werkelijke gebruik kan anders zijn dan waar standaard van wordt uitgegaan. Denk bijvoorbeeld aan minder gewasconsumptie uit eigen tuin dan in het rekenmodel is aangenomen. Toemaakdek is ontstaan uit eeuwenlang toepassen van stadsvuil in veenweidegebieden. Die gebieden hebben daardoor vaak verhoogde gehalten aan lood, zink, koper en PAK. Op basis van generiek beleid wordt dergelijk gebied ingedeeld als Aw (agrarische bestemming en natuur). Daarmee zou vrijkomende licht verontreinigde grond dan niet op een andere perceel binnen hetzelfde gebied hergebruikt kunnen worden. Nader onderzoek leert echter dat voor dit soort oude verontreiniging in de praktijk geen risico’s bestaan bij bijvoorbeeld agrarisch gebruik. Dat biedt de mogelijkheid om grondverzet binnen het toemaakgebied zelf toch toe te staan.

Rechtspraak bij dit artikel