Naar hoofdinhoud
Bij het opstellen van gebiedsspecifiek beleid is een eis dat de actuele bodemkwaliteit van de betreffende zone inzichtelijk moet zijn. Dat gebeurt door het opstellen van een bodemkwaliteitskaart. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (NEN) staan de formele eisen beschreven waaraan een bodemkwaliteitskaart moet voldoen. Omdat het standaard analysepakket van bodemonderzoek per 1 juli 2008 is gewijzigd, bestond de mogelijkheid om een kaart gebaseerd op de oude parameters op te stellen. Daar waar gebiedsspecifiek beleid is uitgewerkt, is dat door de Omgevingsdienst echter gebeurd op basis van het nieuwe analysepakket. Zo nodig is aanvullend onderzoek gedaan om aan de vereiste aantallen analyses en de juiste geografische spreiding te voldoen. Een bodemkwaliteitskaart is soms te gebruiken als onderbouwing voor vrij grondverzet binnen een zone. Daar kan echter niet op voorhand vanuit worden gegaan. Zo kunnen bodemgehalten binnen een zone een dermate grote spreiding (‘heterogeniteit’) hebben, dat uitwisseling niet wordt toegestaan zonder onderzoek. Het bestaan van een bodemkwaliteitskaart betekent dus niet dat binnen die zone altijd sprake van vrij grondverzet is. Of dat zo is, staat altijd expliciet vermeld in Deel B van de bodembeheernota. Daarin staat tevens aangegeven welke specifieke voorwaarden verbonden zijn aan het grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart.

Rechtspraak bij dit artikel