Naar hoofdinhoud
Bijmenging bodemvreemd materiaal In het Bbk wordt het percentage bodemvreemd materiaal in grond en baggerspecie gemaximeerd op twintig procent (gewichtspercentage). Het bevoegd gezag kan hier nadere eisen aan stellen. Het is niet gewenst om bij schone grond standaard twintig procent bodemvreemd materiaal toe te staan. Het begrip bodemvreemd is in de regelgeving niet duidelijk gedefinieerd. Voor het beheergebied van de Omgevingsdienst is nader invulling gegeven aan het percentage bodemvreemd materiaal bij toepassing van grond. Daarbij wordt gediversifieerd naar bodemkwaliteitsklasse en naar functie. Gewichtspercentages toegestaan bodemvreemd materiaal: Achtergrondwaarde < 5 % Wonen in woongebied en schonere zones (≤ Wo) < 5 % Wonen in oud stedelijke zone <10 % Industrie <20 % Het kan nodig zijn om een deel van het bodemvreemd materiaal te verwijderen uit de her te gebruiken grond, om het te kunnen toepassen. Dit kan bijvoorbeeld door het te zeven. Daarnaast moet onderscheid gemaakt worden tussen bodemvreemd materiaal en afval(stof). Afval hoort niet in grond te zitten. VROM heeft hier een notitie over opgesteld, maar blijft daarin erg vaag (‘afval mag niet’). Door de Omgevingsdienst wordt onder (toegestaan) bodemvreemd materiaal verstaan: materiaal dat in principe chemisch inert is in bodem, zoals puinbrokjes, stukjes hout, stukjes plastic, stukjes ijzer, e.d. Niet toegestaan is: vuilnis, industrieafval, grote stukken plastic/puin of asfalt, chemisch afval (batterijen, verfblikken, etc.). Asbest is aandachtspunt voor aanvullend onderzoek en actief bijmengen van bodemvreemd materiaal is niet toegestaan. Op of nabij terugplaatsen Het Bbk staat het toe tijdelijk grond uit te nemen en op of nabij terug te plaatsen (artikel 36 lid 3). In beginsel geldt dit voor bijvoorbeeld kabel- en leidingtracés waarbij grond wordt uitgegraven en na de werkzaamheden weer wordt teruggeplaatst. Daarbij geldt dan als eis dat boven- en ondergrond weer op dezelfde plaats terug komt. Bodemonderzoek is daarbij in beginsel niet verplicht. Wel geldt altijd de zorgplicht. Uit oogpunt van arbeidsomstandigheden kan het ook gewenst zijn de bodemkwaliteit in beeld te hebben. In de praktijk wordt de regel ‘op of nabij’ ruim toegepast. Omdat daar verder geen duidelijke grenzen aan zijn gegeven, wordt hier voor een aantal situaties de door de Omgevingsdienst gehanteerde uitwerking gegeven. Uitgangspunt is daarbij in hoeverre het verplaatsen van grond met (toename van) risico’s gepaard kan gaan. Verplaatsen/herschikken van grond binnen een perceel Normaal gesproken verandert de blootstelling bij gebruik van (bijvoorbeeld) een tuin niet als na graafwerk een bepaalde kwaliteit grond niet meer op exact de oorspronkelijke plaats ligt. Ook de eigendomssituatie verandert dan niet. Omdat percelen erg groot kunnen zijn, is het herschikken van grond binnen een perceel op maximaal vijftig meter afstand begrensd Uitnemen en terugbrengen op basis van een grondstromenplan Bij grote, complexe projecten (denk aan een infrastructureel werk) kan het ondoenlijk zijn grond direct op of nabij de oorspronkelijke plaats terug te brengen. In dergelijke gevallen kan toegestaan worden het accent te leggen op vergelijkbare grond. Dat moet met de Omgevingsdienst afgestemd zijn door middel van een grondstromenplan. Grond wordt dan bijvoorbeeld ingedeeld in vakken van vergelijkbare kwaliteit. De eis is dan dat dezelfde kwaliteit grond in een bepaald vak terugkomt, maar dat mag ook uit een ander, vergelijkbaar vak afkomstig zijn. Voor het project A4 is succesvol met een dergelijk plan gewerkt. Opslag in het kader van op of nabij Bij werkzaamheden moet grond vaak tijdelijk worden opgeslagen, dit gebeurt bij voorkeur op de bouwplaats. Opslag elders is normaal gesproken alleen toegestaan onder regels voor opslag onder het Bbk (zie hoofdstuk 7) of de regels uit de Activiteitenbesluit (Wet milieubeheer). Dat laatste is voor tijdelijke opslag vaak niet praktisch. Wanneer op de plaats van het werk geen ruimte is, kan opslag ook op een nabij gelegen, geschikte plaats gecreëerd worden. Die locatie wordt tijdelijk gezien als horend bij de bouwplaats. Dat dient in overleg met de Omgevingsdienst en andere belanghebbenden te gebeuren. Aan een dergelijke opslag kunnen eisen gesteld worden , zoals: Binnen hekken plaatsen Voorkomen van verstuiving of andere overlast Onderzoek en eventuele maatregelen wanneer de grond van verdachte kwaliteit blijkt Eisen aan onderzoek en beschikbaar stellen gegevens Afvoer van grond wanneer blijkt dat deze van niet herbruikbare kwaliteit is Zorgplicht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel