Naar hoofdinhoud
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot brutering van de vordering overeenkomstig artikel 58, lid 5, Participatiewet; Van brutering wordt afgezien als er sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en als hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel