De keuze van zones die in aanmerking komen voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid is in overleg met de aan de Omgevingsdienst deelnemende gemeenten tot stand gekomen.
Door de Omgevingsdienst zijn de mogelijkheden van het Bbk toegelicht. Met bij het onderwerp betrokken contactpersonen is verder uitgewerkt wat de mogelijkheden voor de betreffende gemeenten waren.
Een belangrijk uitgangspunt daarbij is een gezamenlijke betrokkenheid van relevante partijen. Bodembeleid komt niet alleen van milieuspecialisten. Er zijn immers belanghebbenden die het moeten gebruiken.
Kennis van de (mogelijke) ruimtelijke ontwikkelingen en betrokkenheid van degenen die daar bij de uitwerking en uitvoering een rol in spelen zijn dus cruciaal om goed beleid op te stellen.
De inbreng vanuit de Omgevingsdienst is daarbij met name:
Onder de aandacht brengen van de beleidsmogelijkheden.
Bespreken van voorstellen op consequenties en haalbaarheid.
Zoals nut, voor- en nadelen, zowel milieuhygiënisch als op kostenaspect. In het algemeen is een gevolg van gebiedsspecifiek beleid dat de ene plek in een beheergebied schoner wordt, maar een andere iets minder.
Bewaken van grenzen.
Risico’s zullen in beeld gebracht moeten worden. Tijdens het aftasten van de mogelijkheden globaal, bij de uitwerking afdoende en conform de wettelijke eisen.
Het uitwerken van de gekozen beleidsoptie of doelstelling tot werkbaar beleid.
Het uitwerken van de wettelijke vereiste onderbouwing van de beleidsopties. Daarbij horen met name een risico-onderbouwing en de van de betreffende zone vereiste bodemkwaliteitskaart.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.