In artikel 4.3 van de Verordening is bepaald dat de jeugdige en of zijn ouder(s) ten tijde van de aanvraag gewezen wordt op de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan in te leveren. De Jeugdwet heeft hiervoor geen termijn genoemd.
Het opstellen van een familiegroepsplan is geen doel op zich, maar een middel voor meer regie van gezinnen en daarmee bij uitstek onderdeel van de transformatie. De wetgever heeft beoogd ouders, familieleden en anderszins direct betrokkenen de mogelijkheid te geven (ook in de preventieve fase) voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aan een oplossing.
Burgers zijn in veel gevallen zeer wel in staat verantwoordelijkheid te nemen voor problemen in eigen familie- of vriendenkring. Sociale samenhang draagt daarnaast bij aan het welzijn van kinderen. Door vormen van hulp van betrokkenen en steun uit directe kring kan bovendien uithuisplaatsing worden afgewend en netwerkpleegzorg bevorderd. Als voorbeeld dient de Eigen-Kracht-conferentie waarbij het familie- en vriendennetwerk onder leiding van een onafhankelijk coördinator zelf een plan opstelt en uitvoert. Daarmee komt de regie bij de burger te liggen.
Gebleken is dat de eigenaar van het probleem, samen met de eigen mensen, ook de sleutel voor de oplossing in handen heeft. Daarbij kan kennis en bijstand van jeugdhulpprofessionals worden ingeroepen.
Indien het een machtiging of een voorwaardelijke machtiging betreft biedt de kinderrechter de kans voor het opstellen van een familiegroepsplan. Indien er een familiegroepsplan wordt opgesteld, geldt dit als hulpverleningsplan1Bron: toelichting op het aangenomen amendement Voordewind, Ypma, 2E Kamer der Staten Generaal, vergaderjaar 2013-2014 33684 nr. 40. .
Voor wat betreft het familiegroepsplan houdt de gemeente Borne rekening met de volgende factoren:
de wensen van het gezin;
op welke wijze zij het familiegroepsplan willen vormgeven;
in hoeveel tijd en van wie ze ondersteuning nodig hebben;
of er meer vertrouwen is in een onafhankelijke ondersteuning of juist in een bekende hulpverlener;
of er een bekende of een vrijwilliger is waar de familie vertrouwen in heeft.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3