De lichte bevelsbevoegdheid van de burgemeester
Er kunnen zich situaties voordoen dat een bijtgrage hond dermate gevaar sticht in de publieke ruimte dat er onmiddellijk van overheidswege moet worden ingegrepen als reactie op een plotsklaps voordoend actueel en concreet gevaar voor de openbare orde. Sterke vermoedens voor nog meer bijtincidenten - gevaarzetting dus - rechtvaardigen de vrees voor verstoring van de openbare orde en het gebruik van de zogeheten lichte bevelsbevoegdheid als omschreven in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. Angst en maatschappelijke onrust onder buurtbewoners zijn redenen die de burgemeester mag en zal betrekken bij zijn overwegingen om dit instrument in te zetten.
Bij toepassing van de lichte bevelsbevoegdheid (zie route 4 van het stroomschema) wordt de hond voor korte duur in beslag genomen en voor enige tijd elders op een veilige (geheime) plaats ondergebracht. Na een afkoelings- of acclimatiseringsperiode van twee weken wordt de hond op last van de burgemeester voor een risico-assessment overgedragen aan het Risk-assessmentteam van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht. Anders dan bij een herstelsanctie (last onder bestuursdwang) biedt artikel 172, derde lid, Gemeentewet geen wettelijke grondslag om kosten te verhalen (de rijkswetgever heeft dit eenvoudigweg niet geregeld).
De lichte bevelsbevoegdheid biedt geen oplossing voor de langere termijn (voor zover de eigenaar/houder niet bereid is om mee te werken) en biedt geen juridische grondslag voor verstrekkende/onomkeerbare maatregelen (zoals vervreemden, herplaatsen of euthanaseren van een hond)3Zie ECLI:NL:RVS:2020:1266 AB 2020/365 m.nt. J.G. Brouwer en A.E. Schilder.. In bestuursrechtelijke zin wordt dan noodzakelijkerwijs teruggevallen op de APV en afdeling 5.3.1 Awb (de last onder bestuursdwang) of - in samenspraak met het Openbaar Ministerie - op het strafrecht.
Omdat aan de inzet van de lichte bevelsbevoegdheid de nodige nadelen en beperkingen kleven, worden in elk concreet geval - waarin een zekere mate van acuut gevaar aan de orde is en mede vanuit het oogpunt van subsidiariteit - andere instrumenten overwogen. Hierbij valt te denken aan de (super)spoedeisende bestuursdwang ex artikel 5:31 Awb.
In het geval de burgemeester een bevel geeft en dat bevel wordt opzettelijk overtreden, dan wordt hiermee artikel 184 Wetboek van Strafrecht geschonden (misdrijf).
Overtreding van de APV levert (ook) een strafbaar feit op
De regels van de APV worden in voorkomend geval bestuursrechtelijk gehandhaafd. De APV is echter ook een strafverordening en dat betekent dat de politie daarnaast op grond van artikel 6:1, eerste lid (zie onderdeel 2) ook bevoegd is om een eigenaar/houder van een hond een strafrechtelijke boete4De maximale geldboete van de tweede categorie zoals bedoeld in het Wetboek van Strafrecht bedraagt € 4150. op te leggen. Of dit in een concrete situatie gebeurt is niet aan de burgemeester; de politie is hier ondergeschikt aan de Officier van Justitie (zie artikel 12 Politiewet).
Artikel 4.