Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.10

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde

1.. een maatwerkvoorziening wordt verstrekt: [Artikel 3.10 lid 1 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:] voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover de belanghebbende op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de belanghebbende met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien het een voorziening betreft die de belanghebbende na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld; Indien het een voorziening betreft die de belanghebbende vóór de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de belanghebbende dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen. De belanghebbende dient zelf aan te tonen dat hier sprake van is voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht voor zover de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de belanghebbende rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat belanghebbende of zijn huisgenoten niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 2.3.8 lid 1 en 3 van de wet en artikel 3.4 van deze verordening; voor zover er geen belemmeringen zijn vastgesteld in zelfredzaamheid en / of participatie. 2.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: als de belanghebbende geen ingezetene is van de gemeente Ermelo, de gemeente Harderwijk of de gemeente Zeewolde; als deze niet langdurig noodzakelijk is, voor zover het gaat om hulpmiddelen of een woningaanpassing. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van het onderhoud; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, niet gelegaliseerde vakantie‐ en recreatiewoningen, zogenaamde ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; indien deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep en waarvan vast staat dat de voorziening niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten en waarvan is aangetoond dat de aangevraagde voorziening bij wel voldoen aan die vereisten niet nodig is; als de belanghebbende zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen. 4.. Een belanghebbende kan alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maken, dan wel een collectief systeem niet aanwezig is. 5.. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning kan het college het primaat van verhuizen toepassen, tenzij de noodzakelijke aanpassings- en verhuiskosten lager zijn dan € 6.000. 6.. Indien de aanpassings- en verhuiskosten hoger zijn dan het in lid 5 genoemde bedrag kan de belanghebbende er voor kiezen niet te verhuizen, maar de woning met inzet van eigen middelen aan te passen. Hij ontvangt dan een tegemoetkoming ter hoogte van het in lid 5 genoemde bedrag. 7.. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden wordt slechts tot een gedeeltelijke weigering besloten, indien en voor zover de overige oplossingen de hulpvraag slechts voor een deel oplossen. 8.. [vervallen]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel