Naar hoofdinhoud
Voor degene op wie de zorgplicht van toepassing is geldt, in invulling van hetgeen is bepaald in de artikelen 13 en 27 van de Wet, het volgende: Een nieuwe bodemverontreiniging met PFAS wordt zoveel mogelijk ongedaan gemaakt, tot gehalten opgenomen in artikel 6, eerste lid, indien dat redelijkerwijs mogelijk is. Maatregelen om een nieuwe bodemverontreiniging met PFAS ongedaan te maken worden beschreven in een plan van aanpak. Indien degene op wie de zorgplicht rust van oordeel is dat zoveel mogelijk ongedaan maken van een nieuwe bodemverontreiniging met PFAS redelijkerwijs niet verlangd kan worden, wordt in het plan van aanpak onderbouwd waarom volledige ongedaanmaking om milieuhygiënische redenen niet noodzakelijk is, dan wel in technisch opzicht redelijkerwijs niet mogelijk is, of om financiële redenen redelijkerwijs niet verwacht mag worden. In deze gevallen wordt bij de beschrijving van de te nemen saneringsmaatregelen ten minste het beoordelingskader van artikel 6 als uitgangspunt genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel