Naar hoofdinhoud
Na het verkrijgen van het Tracé-akkoord dient de initiatiefnemer een uitvoeringsplan (BLVC-plan Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) in, over de fasering en de wijze van uitvoering. Dit doet hij op basis van de omgevingsscan. Doel is om de omgevingshinder en de (maatschappelijke schade) zo laag mogelijk te houden (zie de algemene uitvoeringsvoorschriften, het handboek ZWIA en de communicatiemogelijkheden). Bij gecombineerde werken doet hij dat namens de mede-initiatiefnemers. Op basis van de impactbepaling tijdens de intake wordt de initiatiefnemer uitgenodigd voor het vooroverleg of krijgt hij een schriftelijke reactie op het BLVC-plan. Bij de behandeling van het BLVC-plan in het vooroverleg krijgt de initiatiefnemer advies over eventuele aandachtspunten die aan het plan moeten worden toegevoegd en wordt bepaald of de initiatiefnemer zijn project moet agenderen voor de WWU. Bij de behandeling van het plan in de WWU, adviseert de WWU de vergunningverlener (zie 3.3.7) of het plan goed is of niet. Bij geen akkoord kan het plan, na aanpassing, opnieuw geagendeerd worden voor de WWU. Indieningsvereisten BLVC-plan In een BLVC-plan komen (als van toepassing) de volgende zaken aan de orde: Mogelijke effecten van het werk op de bereikbaarheid en te nemen maatregelen: Type stremming: wegafsluiting, verminderde doorgang, éénrichtingsverkeer, om-en-om, overig, geen stremming Effect stremming op modaliteiten: autoverkeer, fietsverkeer, voetgangers, openbaar vervoer (tram, metro en bus), nood- en hulpdiensten, overig (bijvoorbeeld taxi en touringcars) Omgevingsfactoren: scholen, ziekenhuizen, religieuze instellingen, ondernemers, in- en uitritten, andere factoren. Maatregelen per modaliteit: omleiding, verkeersregelaars, doorsteek, instelling VRI, loopschotten, tijdelijke ontheffing, anders Check: sluiten de maatregelen op elkaar aan en op eventuele andere omleidingen in de buurt? Mogelijke effecten van het werk op de leefbaarheid en te nemen maatregelen: geluidshinder (decibelnormen) trillingen stankoverlast andere overlast (zoals fel licht) afname parkeervoorzieningen effecten op afvalvoorzieningen openbare toiletten, speelplekken en andere publieke voorzieningen niet toegankelijk pinautomaten en brievenbussen niet bereikbaar reclameborden niet zichtbaar private voorzieningen minder, slecht of niet toegankelijk: ondernemers, anders kunstobjecten op of naast werkterrein (zoals fonteinen, standbeelden) (beschermde) flora en fauna op of naast werkterrein Mogelijke effecten van het werk op de veiligheid en te nemen maatregelen ten aanzien van: inzet VRI's openbare veiligheidsvoorzieningen (zoals camera’s) route waarop materiaal wordt aan- en afgeleverd: gewicht (op bruggen en kademuren) en gevaarlijke stoffen afscherming werkterrein en verkeersmaatregelen (toepassen CROW) bijzondere bodeminformatie (zoals geologische schatten, vervuiling, bommen) verlichting opslag materiaal en materieel ruimte om werk te passeren: alle modaliteiten Maatregelen voor de Communicatie: Wie wordt wanneer en hoe over het werk geïnformeerd? Communicatiekalender met doelgroepen, boodschap per doelgroep, middelen per doelgroep en moment. Voor werken op de plus- en hoofdnetten Infrastructuur gelden specifieke aandachtspunten: Verkeershinder op de corridors van de plus- en hoofdnetten Infrastructuur mag in principe alleen plaatsvinden tussen 22.00 uur en 06.00 uur en vanaf zaterdag 22.00 uur tot maandag 06.00 uur. In het BLVC-plan moet speciaal aandacht zijn voor het afwikkelen van het verkeer tijdens de spitstijden (06.30 – 09.30 uur en van 15.30 – 19.00 uur. Op koopavonden van 15.30 – 21.30 uur). Een project werkt niet op een omleidingsroute van een ander project en/of leidt geen verkeer om over wegen waar gewerkt wordt. Een project veroorzaakt geen hinder op parallelle (hoofd)routes. Niet meerdere afsluitingen op één traject (tenzij positief voor de bereikbaarheid en in overleg met de WWU). Een project zorgt ervoor dat in gebieden waar veel projecten uitgevoerd worden, de beoogde aan- en afvoerroutes voor het bouwverkeer de extra verkeersdruk zonder stagnatie kunnen verwerken. Een project leidt bij werkzaamheden rond op- en afritten van snelwegen verkeersdeelnemers via het onderliggend wegennet terug naar de oorspronkelijke afslagen. Als er sprake is van een onvermijdelijke samenloop van een evenement en een werk dan dient het project zodanig af te stemmen (in overleg met de vergunningverlener) dat de bereikbaarheid van het gebied gewaarborgd blijft. Let daarbij vooral op de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Bij werkzaamheden die veel overlast voor de omgeving en/of voor de weggebruikers veroorzaken, gaat de WWU na of alternatieven als ‘dubbele ploegen’, langere werktijden (7.00 tot 19.00), meer dagen per week werken, projectregie bijzondere werken (PBW), vierkant afsluiten (allemaal vormen van kort- en hevig werken) zijn overwogen. De WWU kan voorwaarden stellen aan de uitvoeringsduur (en daardoor aan de wijze van uitvoering). Vergunning en instemmingsbesluit aanvragen Nu Tracé-akkoord en BLVC-plan zijn vastgesteld, kan de initiatiefnemer de vergunning of instemming aanvragen voor hemzelf én de mede-initiatiefnemers. Bij deze aanvraag hoeven geen nieuwe of aanvullende gegevens te worden versterkt. De aanvraag geschiedt geheel op basis van het account en de tijdens het WIOR-proces gegenereerde gegevens (Tracé-akkoord, BLVC-plan). De aanvraag dient minimaal 5 werkdagen en maximaal 6 weken voor start uitvoering te geschieden. Eventueel kan verlenging van het tijdsslot van de werkzaamheden in vergunning of instemmingsbesluit worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel