Naar hoofdinhoud
1.. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in elk geval verondersteld aanwezig te zijn in de situatie dat verzoeker of zijn echtgenoot op de aanvraagdatum: een opleiding volgt als bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkos- ten; een studie volgt als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000; een andere studie of opleiding volgt waarop de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs van toepassing is; of inkomsten uit arbeid ontvangt en er is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c, d, e of f. 2.. Uitzicht op inkomensverbetering wordt in elk geval verondersteld aanwezig te zijn als verzoeker of zijn echtgenoot in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum: een opleiding of studie als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c, heeft afgerond; of inkomsten uit arbeid heeft ontvangen en er is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c, d, e of f. 3.. Het college kan afwijken van de voorgaande leden, indien het college van oordeel is dat er sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die in de weg staan aan inkomensverbetering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel