Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Woonvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Vlieland 2021

Hoewel iemand primair zelf verantwoordelijk is voor de huur of aanschaf van een passend huis, kan er wel een beroep worden gedaan op de Wmo 2015 voor een woonvoorziening. We onderscheiden hierbij de volgende woonvoorzieningen: Losse woonvoorzieningen. Hieronder worden verstaan: woonvoorzieningen die niet nagelvast aan het huis vast zitten en dus verplaatsbaar zijn. Zoals een losse douchestoel, een drempelhulp of passieve en actieve tilliften. Dit worden ook wel roerende woonvoorzieningen genoemd. Bouwkundige woonvoorzieningen. Hieronder worden verstaan: de woonvoorzieningen die nagelvast aan het huis vast zitten zoals een douchezitje, wandbeugels, een aanbouw of verbouw van een natte cel. Deze woonvoorzieningen worden ook wel woningaanpassingen genoemd. Een woonvoorziening wordt verstrekt om beperkingen bij het normaal gebruik van de woning te compenseren. Met normaal gebruik wordt bedoeld dat normale elementaire woonactiviteiten moeilijk of onmogelijk zijn geworden. Hierbij valt te denken aan het bereiden van eten, slapen, lichaamsreiniging en het verzorgen van kinderen. De ruimtes die bestemd zijn voor deze activiteiten moeten voor de normale functies bruikbaar worden gemaakt. Dit betekent dat een hobby-, werk- of recreatieruimte niet in aanmerking komt voor een woonvoorziening. Daarnaast geldt dat er sprake moet zijn van een hoofdverblijf of dat de woning na aanpassing het hoofdverblijf van de cliënt gaat worden. Uitzondering op het beginsel dat woonvoorzieningen worden versterkt ter compensatie van problemen bij het normale gebruik van de woning vormt de uitraaskamer. Deze voorziening heeft tot doel het tot rust doen brengen van personen met een specifieke beperking. Een woonvoorziening wordt alleen toegekend indien deze de woonruimte bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar maakt voor de persoon met beperkingen, door het wegnemen of aanzienlijk verminderen van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning. Er moet sprake zijn van een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de ondervonden (naar objectieve maatstaf aanwezige) problemen en één of meer bouwkundige of woon technische kenmerken van de betreffende woning. In de afweging rondom het verstrekken van woonvoorzieningen dient meegenomen te worden of de cliënt niet had kunnen voorzien of vermijden, dat hij een beroep zou doen op deze voorziening. De situatie waarin een aanvraag voor een woonvoorziening in principe afgewezen kan worden, is wanneer een cliënt bij het betrekken van een nieuwe woning geen rekening heeft gehouden met zijn gezondheidssituatie op dat moment. Denk daarbij aan de situatie dat iemand die niet kan traplopen, verhuist naar een woning waar hij de trap op moet om zijn slaap- en badkamer te bereiken. Deze persoon is dan simpelweg naar een ongeschikte woning verhuisd. Hij had moeten weten dat hij in deze woning deze beperkingen zou ervaren. Dat is echter iets anders dan te verlangen dat de cliënt er rekening mee houdt dat hij in de toekomst op enig moment mogelijk beperkingen gaat ervaren, bijvoorbeeld op basis van leeftijd of woon- of gezinssituatie of omdat dit in de lijn der verwachtingen ligt. Dat kunnen wij niet verlangen. Er is geen wettelijk limiet aan de hoogte van de kosten van woonvoorzieningen. Wel moeten deze waar mogelijk geheel afbetaald worden door de aanvrager middels de bijdrage in de kosten. Bij verordening is geregeld dat verhuizen onder omstandigheden voorrang kan hebben op een eventuele woningaanpassing. Dit wordt het primaat van verhuizen genoemd. Om te beoordelen of er een primaat van verhuizen geldt moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen de belangen van de cliënt en die van de gemeente Vlieland. De volgende aspecten moeten hierbij meegenomen worden: de kosten van de woningaanpassing, de beschikbaarheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen, de financiële gevolgen van verhuizing, de snelheid waarmee het probleem opgelost kan worden en de sociale omstandigheden. De kosten voor een verhuizing zijn in principe (algemeen) gebruikelijk. Van elke cliënt mag verwacht worden dat hij een budget reserveert voor de periode dat hij moet verhuizen naar een andere woning. Wel kan indien het primaat van verhuizen van toepassing is, een verhuiskostenvergoeding worden toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel