Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Rolstoelen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Vlieland 2021

Wanneer iemand door zijn beperkingen problemen heeft bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen of bij het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en is aangewezen op zittend of liggend verplaatsen in en om de woning is het mogelijk een rolstoel als maatwerkvoorziening in te zetten. Een rolstoel wordt alleen verstrekt voor langdurig gebruik. Er moet dus sprake zijn van een noodzaak die langer is dan 26 weken. Voor kortdurend gebruik (26 weken of korter) is iemand aangewezen op een rolstoel vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw). De rolstoel heeft als doel dat de cliënt zich kan verplaatsen met een snelheid en bereik zoals dit gebruikelijk is met lopen en is vooral bedoeld voor dagelijks zittend gebruik. Het is niet zo dat iemand de hele dag aangewezen dient te zijn op zittend verplaatsen, Als de cliënt bijvoorbeeld wel een bepaalde afstand te voet (bijvoorbeeld 100 meter) kan afleggen, maar daarna is aangewezen op zittend verplaatsen, dan kan een rolstoelvoorziening toch aangewezen zijn. We kennen verschillende rolstoelvoorzieningen te weten handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, sportrolstoelen, werkrolstoelen. Voor deze laatste categorie geldt dat rolstoelen die alleen op het werk worden gebruikt voor rekening komen van het UWV op grond van de WIA. Rolstoelen die thuis worden gebruikt en ook geschikt zijn voor het werk, vallen wel onder de Wmo 2015. Wat de sportrolstoel betreft, er is geen verplichting om (top)sportvoorzieningen te verstrekken. Speciale top-sportvoorzieningen dienen uit eigen middelen, fondsverwerving of sponsoring te worden gefinancierd. Iemand kan wel in aanmerking komen voor een recreatieve sportvoorziening wanneer het voor hem niet mogelijk is om een sport te beoefenen zonder de voorziening. Er moet dan sprake zijn van kosten die aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten voor iemand zonder beperkingen voor dezelfde sport. Daarnaast moet het gaan om een aantoonbare behoefte aan de sportvoorziening, in de vorm van lidmaatschap van een sportclub of –vereniging. Het gaat hier bijna altijd om sportrolstoelen. De verstrekking van sportvoorzieningen geschiedt in natura of middels een pgb.

Rechtspraak bij dit artikel