**1..** Het kan zijn dat de gebruikelijke hulp (substantieel) wordt overschreden. Dit kan zo zijn in het geval van een langdurige ondersteuningsbehoefte in combinatie met het uitvoeren van huishoudelijke taken en/of het bieden van noodzakelijke individuele ondersteuning. Voor bovengebruikelijke hulp kan een indicatie worden afgegeven maar dit is niet automatisch het geval (CRVB:2019:2362, een uitspraak in het kader van de Jeugdwet). Het college moet daarvoor de feiten en omstandigheden van de individuele situatie beoordelen. Daarvoor zal het college eerst moeten vaststellen wat de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt (stap 4 in het onderzoek, zie Inleiding).
**2..** In de volgende situaties gaat het college er in principe van uit dat de huisgenoot (tijdelijk) geen gebruikelijke hulp biedt of kan bieden:
de huisgenoot is overbelast of dreigt te worden overbelast;
de huisgenoot heeft beperkingen en mist de kennis/vaardigheden om gebruikelijke hulp uit te voeren en kan deze vaardigheden niet aanleren;
de cliënt heeft een zeer korte levensverwachting;
de huisgenoot is regelmatig niet aanwezig, vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter; of
er is naar het oordeel van het college sprake van bijzondere omstandigheden (in het geval van bijvoorbeeld stapeling van ondersteunings- en/of zorgtaken).
**3..** In voorkomende gevallen kan het college al dan niet tijdelijk een maatwerkvoorziening inzetten zodat de cliënt en zijn huisgenoot in de gelegenheid worden gesteld een oplossing te vinden (bijvoorbeeld kinderopvang).
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.8
Bovengebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oldambt 2021