De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven, indien dit door een wijziging van artikel 8 jo. artikel 9 van de Wet veiligheidsregio´s mogelijk wordt. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten.
Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan wordt door het Algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.
Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.
Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio.
Het Dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
Het definitieve afwikkelingsvoorstel voor de liquidatie en de bijbehorende vereffening naar de deelnemers (inclusief accountantsverklaring) wordt door het Algemeen bestuur op voordracht van het Dagelijks bestuur vastgesteld.
De organen van de veiligheidsregio blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.
Hoofdstuk 12
Artikel 32
Opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Drenthe