Naar hoofdinhoud
Bijlage II bevat een niet-limitatieve opsomming van signalen die wijzen op het voeren van een slechte bedrijfsvoering. Wanneer zaken, zoals beschreven in de bijlage niet op orde zijn, kan worden geconcludeerd dat de bedrijfsvoering niet op orde is. Bij de beoordeling zijn de volgende vragen relevant: Wat is het aandeel van de exploitant en/of leidinggevende in de waargenomen feiten? Wat heeft de exploitant en/of leidinggevende wel/niet gedaan dat bijgedragen heeft aan het ontstaan van de waargenomen feiten? Hoe treedt de exploitant en/of leidinggevende op als er problemen zijn of dreigen? Heeft de exploitant en/of leidinggevende preventieve maatregelen getroffen om overlast en incidenten te voorkomen? Is er bijvoorbeeld beveiligingspersoneel ingezet of een veiligheidsplan aanwezig? Hoe gaat de exploitant en/of leidinggevende om met eventuele camerabeelden? Hoe vaak komen de incidenten/feiten voor?

Rechtspraak bij dit artikel