Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Verlichtingsareaal in cijfers

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent openbare verlichting

De voormalige gemeenten voerden elk een eigen toegesneden beleid en beheer op de openbare verlichting. Dit heeft geleid tot een verscheidenheid in het verlichtingsareaal van de huidige gemeente. De gemeente heeft c.a. 9.100 lichtpunten. Ter vergelijking zijn in de onderstaande tabel de drie arealen van de voormalige gemeenten ondergebracht. Op een lichtmast kunnen zich meerdere armaturen bevinden. Dit zijn veelal armaturen met één lamp, maar sommige armaturen zijn uitgerust met twee lampen. Het totaal opgestelde systeemvermogen bedraagt op basis van het beheerbestand 1.214.000 kWh. Dit komt overeen met het stroomverbruik van 350 huishoudens. Aantal Totaal Gemeente Voormalige gemeente Andijk Voormalige gemeente Medemblik Voormalige gemeente Wervershoof Voormalige gemeente Wognum Voormalige gemeente Noorder-Koggenland Masten 9.098 1.534 2.104 1.734 1.733 1.993 Armaturen 9.152 1.544 2.125 1.747 1.742 1.994 Lampen 9.158 1.544 2.125 1.752 1.742 1.995 Tabel 3.1 : Aantal masten, armaturen en lampen voor de gemeente Medemblik en uitgesplist naar de voormalige gemeenten 3.3.1Masten Het beheerbestand bestaat uit 9.098 masten. In totaal is 75% van de masten van staal en 21 % van de masten bestaat uit aluminium. Voor de economische levensduur van een aluminium en een stalen mast wordt doorgaans met 40 jaar gerekend. Uit onderstaande grafiek blijkt dat ca. 35% binnen nu en 10 jaar aan vervanging toe is. Daar staat tegenover dat ca. 40% van het aantal masten zich in de relatief ‘jonge’ leeftijdsgroep (0 tot 10 en 10 tot 20 jaar) bevindt. Concluderend is het areaal aan masten over de gehele gemeente Medemblik gemiddeld. Uit onderstaande grafiek blijkt dat in de voormalige gemeente Andijk ca. 43% in de komende 10 jaar aan vervanging toe is. Verder is het groot aantal masten in de leeftijdsgroep van 20 tot 30 jaar en het relatieve geringe aantal masten in de jonge leeftijdsgroepen opvallend te noemen. Concluderend kan gesteld worden dat het mastenbestand in Andijk redelijk verouderd is. Dit stemt overeen met ervaringen uit de controlerondes die 10 maal per jaar worden gereden. Er worden veel mankementen aan masten geconstateerd die te wijten zijn aan de ouderdom. In het beheerbestand van de voormalige gemeente Andijkwas de leeftijd niet opgenomen. Het areaal masten in de voormalige gemeente Medemblik is gemiddeld. Een groot aantal masten bevindt zich in de jonge leeftijdsgroepen. De jonge leeftijd van het areaal komt door recente vervangingen en door recente uitbreidingen. Daarnaast heeft de voormalige gemeente een relatief laag aantal oude masten. In de voormalige gemeente Noorder-Koggenland is iets minder dan de helft van het aantal masten, ca. 45%, binnen nu en 10 jaar aan vervanging toe. De andere helft van het mastenpark is over de jonge en gemiddelde leeftijdsgroepen verdeeld. De grafiek van het aantal masten per leeftijdsgroep in Wervershoof laat zien dat een groot deel van het aantal masten in de jonge leeftijdsgroepen valt. Slechts een klein deel is al verouderd en direct aan vervanging toe. Uit onderstaande grafiek blijkt dat ca. 41% van het aantal masten binnen nu en 10 jaar aan vervanging toe is. Daar staat tegenover dat ca. 46% tot de relatief jonge leeftijdsgroepen behoort. De leeftijd van het mastenpark in de voormalige gemeente Wognum is redelijk te noemen. 3.3.2Armaturen Voor de economische levensduur van armaturen wordt doorgaans met 20 jaar gerekend. Een dergelijke levensduur betekent dat op dit moment bijna 40% van het areaal de levensduur al heeft bereikt. Binnen nu en 10 jaar, komt 73% (1.900+1.195+3.541) van de armaturen in aanmerking voor vervanging. Het overige deel is nog relatief jong en komt nog niet in aanmerking voor vervanging. Uit onderstaande grafiek blijk dat bijna driekwart van de armaturen in de voormalige gemeente Andijk de economische levensduur heeft bereikt en in aanmerking komt voor vervanging. In het beheerbestand van de voormalige gemeente Andijkwas de leeftijd niet opgenomen. Uit onderstaande grafiek blijkt dat ca. 64% van het aantal armaturen in de voormalige gemeente Medemblik binnen 10 jaar aan vervanging toe is. Ongeveer 36% van het aantal armaturen is nog relatief jong en voorlopig nog niet aan vervanging toe. Uit onderstaande grafiek blijkt dat bijna 60% van de armaturen in de voormalige gemeente Noorder-Koggenland 20 jaar of ouder is en daarmee in aanmerking komt voor vervanging. Op dit moment is in de voormalige gemeente Wervershoof 10% van de armaturen 20 jaar of ouder. Maar binnen 10 jaar zal ca. 70% van de armaturen in aanmerking komen voor vervanging. In de voormalige gemeente Wognum is 23% van de armaturen 20 jaar of ouder. Binnen 10 jaar zal bijna 75% van de armaturen in aanmerking komen voor vervanging. 3.3.3Lampen Lamptypen verschillen op het gebied van licht-technische eigenschappen zoals het vermogen, lichtopbrengst en lichtkleur (zie bijlage A). Uit de verdeling van de lamptypen in de gemeente Medemblik blijkt dat het areaal per gebied verschilt. Zo bevinden zich in de voormalige gemeenten Andijk en Wognum vooral pll lamptypen en in de gemeente Noorder-Koggenland vooral sox(e) lamptypen. In de voormalige gemeenten Medemblik en Wervershoof komen zowel sox(e) als pll lamptypen veelvuldig voor. Om inzicht te hebben waar de meeste energiebesparing te bepalen valt, is het van belang om het aantal lampen per vermogensgroep inzichtelijk te hebben. In onderstaande grafiek is het aantal lampen per vermogensgroep gespecificeerd naar het type lamp. In de bovenstaande figuur is te zien dat een groot deel van de lampen zich in de lage vermogens groepen (lager dan 30W) bevindt. Lampen met een hoog vermogen geven bij vervanging, in theorie, de meeste energiebesparing. Doordat deze lampen veelal ook een hoge lichtopbrengst hebben, kan er energie worden bespaard door de lichtopbrengst te verlagen. Een mogelijkheid hiervoor is het dimmen van de lamp tijdens acceptabele tijden. Verder is in de bovenstaande figuur te zien dat een groot deel van de lampen zich in de vermogensgroep 20 tot 30 Watt bevinden. Bij de lampen in deze vermogensgroep is de verwachting dat theoretische energiebesparing bij een doorgaans conventionele vervanging, per saldo relatief laag zal zijn. Het handhaven van minimaal de oorspronkelijke verlichtingskwaliteit bij vervangingen geldt als een belangrijk uitgangspunt. Daarom zijn grote energiebesparingen in deze vermogensgroep relatief laag.

Rechtspraak bij dit artikel