Naar hoofdinhoud
De Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL-2011) is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) en is tot stand gekomen op verzoek van de Taskforce Verlichting. Deze taskforce is in het leven geroepen door de overheid (toenmalige minister Cramer) met als doel meer aandacht te krijgen voor openbare verlichting. De taskforce verlichting wordt ondersteund door AgentschapNL. De richtlijn is bedoeld voor beheerders (eigenaren), zoals gemeenten, Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en overige beheerders van openbare terreinen en wegen. De ROVL-2011 is de vervanger van de, in 2001 uitgebrachte, NPR 13.201-1. Allereerst beschrijft de ROVL-2011 de verschillende aspecten om te komen tot de keuze om daadwerkelijk te gaan verlichten. Dit onderdeel van de richtlijn mag niet als prestatienorm worden beschouwd, maar als beleidskeuze. Als uit deze afweging de keuze ‘verlichten’ wordt gemaakt, dan wordt vervolgens een systematiek beschreven om te komen tot een verlichtingsinstallatie die voldoet aan de bepaalde licht-technische kwaliteitscriteria. Zie bijlage C ‘Richtlijnen openbare verlichting 2011 uitwerking’ voor een uitgebreide beschrijving van de richtlijnen. De ROVL bekijkt de verlichtingscriteria met name vanuit het verkeersgebruik. Met betrekking tot achterpaden heeft de ROVL geen richtlijnen opgenomen. In de ROVL wordt hiervoor verwezen naar de eisen van Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). Wanneer de sociale veiligheidssituatie van de locatie om aandacht vraagt dan beveelt de ROVL volgens ‘de geest van PKVW’ beleid te maken. 4.3.1Politiekeurmerk veilig wonen (PKVW) Het bieden van bescherming en veiligheid is een kerntaak van de overheid. Een voorbeeld van de wijze waarop invulling aan deze taak wordt gegeven is het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). De introductie van het keurmerk heeft ertoe geleid dat het accent ten aanzien van het verhogen van de sociale veiligheid is verschoven van een curatieve- naar een preventieve benadering. Het PKVW bestaat uit stedenbouwkundige eisen, kaveleisen, woningeisen en openbare ruimte eisen. Een keurmerk veilig wonen wordt in een nieuwbouwsituatie alleen verkregen wanneer aan alle eisen wordt voldaan. In de bestaande bouw zijn 3 verschillende keurmerken: voor de woning, een complex of een wijk. Op deze manier kan een individuele bewoner voor zijn woning een keurmerk verkrijgen. Qua verlichting is het belangrijkste uitgangspunt van het PKVW dat openbare gebruiksruimten verlicht zijn. Hiervoor zijn licht-technische eisen gesteld aan de openbare ruimte en die van achterpaden (semi-openbare ruimte) evenals aan de wijze waarop het beheer van de openbare ruimte i.c.m. verlichting moet worden vormgegeven. Hiervoor heeft het keurmerk eisen voor zowel nieuwbouw als voor bestaande bouw. Zo adviseert het keurmerk om geen achterpaden te ontwerpen. Volgens het PKVW zijn er ook situaties waarin de verlichting helemaal uit kan, aangezien er geen enkel sociaal toezicht op die plekken is waardoor er schijnveiligheid wordt gecreëerd. Vooral op langzaam verkeer routes door het groen wordt aanbevolen geen verlichting aan te leggen. Hierbij kan gedacht worden aan parken of langs fietsroutes waarvoor alternatieve routes aangewezen kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel