Als de openbare ruimte op bepaalde momenten minder intensief wordt gebruikt, is het mogelijk dat minder licht op straat nodig is. Dit kan bereikt worden door middel van het dimmen van de installatie, waardoor de uitgestraalde hoeveelheid licht afneemt naarmate het rustiger is in de openbare ruimte.
De ROVL-2011 geeft richtlijnen van het gebruik voor dimmen. Want de verschillende functies van de openbare verlichting hebben invloed op het lichtniveau op straat. Dit wordt in de volgende paragrafen toegelicht voor verkeerswegen en verblijfsgebieden.
4.4.1Dimmen op verkeerswegen
Als de verkeersintensiteit hoog is, is de rijtaak van de weggebruiker complexer dan wanneer de verkeersintensiteit laag is. De weggebruiker moet meer informatie verzamelen om te navigeren en zich veilig over de weg te bewegen. De openbare verlichting draagt bij aan de beschikbaarheid van deze informatie op tijdstippen dat er onvoldoende daglicht is. Maar op rustige momenten is de informatiebehoefte lager en is een lager lichtniveau voldoende voor de weggebruiker om zich veilig over de weg te verplaatsten. Op deze momenten is dimmen van de verlichting een goede mogelijkheid. In de praktijk houdt dit in dat vaak buiten de spitsperiode en ’s nachts gedimd wordt. Naar gelang de snelheidslimiet, verkeersintensiteit en andere aspecten is de verlichtingskwaliteit te bepalen en daarmee het dimregime.
4.4.2Dimmen in verblijfsgebieden
Hetzelfde principe geldt voor woonwijken en winkelgebieden, met als verschil dat de mogelijkheid om te dimmen lastiger te bepalen is. Voor deze gebieden speelt naast de verkeersveiligheid ook de sociale veiligheid binnen de openbare ruimte een belangrijke rol. Sociale veiligheid is een moeilijk te bepalen begrip omdat het afhangt van het gevoel van mensen. De richtlijn openbare verlichting (ROVL-2011) geeft kwantitatief aan hoeveel er gedimd kan worden in verblijfsgebieden. In de praktijk komt er het vaak op neer dat na middernacht de verlichtingsklasse met een of twee lager kan worden verlicht (zie paragraaf ROVL-2011). Belangrijk aandachtspunt hierbij is dat ook tijdens de gedimde periode wordt voldaan aan de richtlijn betreffende de gelijkmatigheid. Voorheen werd om-en-om schakelen van de lichtmasten toegepast. Deze wijze van het lichtniveau regelen is niet goed voor de gelijkmatigheid. Door dit gebruik ontstaan donkere plekken op het wegdek.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Dimmen openbare verlichting
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent openbare verlichting