De volgende paragrafen geven een toelichting op de beleidsdoelen op de openbare verlichting en een vertaling naar beleidspunten.
8.2.1Doelmatig verlichten
Een doelmatige verlichting betekent dat de toegepaste verlichting de juiste ondersteuning biedt aan de functie van de specifieke openbare ruimte.
Licht waar nodig
Wij willen verlichten naar gelang de functies van het gebied. Dit betekent specifiek voor de verschillende gebiedstypen in Medemblik:
Centrumgebieden en Dorpskernen
Wij beseffen dat een centrumgebied of een dorpskern een apart karakter heeft binnen een plaats. In deze gebieden kan worden afgeweken van de standaard keuzen in materialen. Bij vervanging kan hierdoor afwijkende materialen (specials) worden gekozen.
Gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen
Wij passen voor de verlichting in gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen een ‘witte’ lichtkleur toe van een kleurtemperatuur minimaal 3.000 Kelvin. In deze gebiedentypen is het voor de sociale veiligheid van belang om gezichten te herkennen. Met een wit licht is gezichtsherkenning beter mogelijk dan met warmere lichttinten (oranje). Deze zijn niet doelmatig in de gezichtsherkenning en worden bij het verstrijken van de levensduur vervangen.
Op wegen in de bebouwde kom heeft openbare verlichting het doel om tijdens de donkere uren veilig een weg naar huis te kunnen vinden. Daarom is in woongebieden kleurherkenning en daarmee gezichtsherkenning belangrijk. Om bij te dragen aan gezichtsherkenning in de woonwijken is het goed om (warm)wit licht toe te passen. Op dit moment wordt in de gemeente geen gericht beleid toegepast de verschillende woongebieden geen onderscheid gemaakt in verlichting.
Verschil in kleurtemperaturen van SOX, SON en PL lamptypen en invloed op kleurherkenning.
Foto: Rien Valk
Wij hanteren op kruispunten en rotondes op gebiedsontsluitingswegen een onderscheidende lichtkleur ten opzichte van andere verkeerswegen. Hierdoor is het voor gebruikers beter zichtbaar dat men een aandachtsituatie nadert. In dergelijke situaties is vooral een hoger lichtniveau belangrijk en niet de gezichtsherkenning. Hiervoor wordt voor de kleurtemperatuur een richtlijn van circa 2.000 – 2.500 Kelvin gehanteerd.
Buiten de bebouwde kom wordt in nieuwe situaties standaard niet verlicht, tenzij dit omwille van de verkeers- of sociale veiligheid, noodzakelijk of gewenst is. Voor bestaande situaties wordt de openbare verlichting gehandhaafd.
In 2013 wordt naar verwachting de Wet Herverdeling Wegen geëvalueerd. Wanneer blijkt dat delen van het wegennet van HHNK (liggen met name buiten de bebouwde kom) worden overgedragen aan de gemeente dan passen wij op deze wegen het gemeentelijk beleid op de openbare verlichting toe.
Industriegebieden
Voor wegen in industriegebieden passen wij een ‘witte’ lichtkleur toe ten behoeve van de sociale veiligheid.
Fietspaden
De verlichting op utilitaire fietspaden (GVVP, dec 2011) zoals schoolroutes blijven behouden. Voor de recreatieve fietspaden wordt in nieuwe situaties geen verlichting aangebracht om schijnveiligheid te voorkomen en om mogelijke lichthinder te voorkomen.
Op utilitaire fietspaden buiten de bebouwde brengen wij gepaste verlichting aan door statisch dimmen toe te passen (woon-werkverkeer en schooltijden).
Voetpaden en achterpaden
Wij verlichten belangrijke voetgangersoversteekplaatsen binnen de bebouwde kom om veilig oversteken. Dit geldt met name rondom winkelgebieden, scholen, verzorgingstehuizen en toeristische trekpleisters.
Wij willen binnen de beleidsperiode de aanpak van verlichting van achterpaden uitwerken. Wij vinden dat het aanbrengen van de verlichting van achterpaden het initiatief is van de eigenaars. Uitgewerkt dient te worden in hoeverre wij zorg willen dragen voor het onderhoud en vervanging van de installatie.
Parkeerterreinen
Openbare parkeerterreinen worden in Medemblik dermate verlicht zodat bezoekers hun auto terug kunnen vinden.
Nieuwe verlichting moet voldoen aan de richtlijn ROVL-2011;
In het voorjaar van 2011 heeft de NSVV (Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde) de richtlijn openbare verlichting 2011 uitgebracht (ROVL-2011). In deze richtlijn wordt beschreven op welke wijze Nederlandse gemeenten haar openbare ruimte het best kunnen verlichten. Dit draagt bij aan een goede verlichtingskwaliteit binnen de gemeente en energiebewust verlichten (zie bijlage B ‘Richtlijnen openbare verlichting 2011 uitwerking’).
Wij volgen de ROVL-2011 bij nieuw te plaatsen verlichting en vervangingen van masten en armaturen.
Voor achterpaden geldt dat het initiatief om de richtlijn te volgen bij de eigenaars van of nabij semi-openbare ruimten.
Wij streven naar het vergroten van het eigen elektriciteitsnet
De gemeente heeft grotendeels een eigen elektriciteitsnet voor de openbare verlichting. Bij uitbreiding of vervanging van het ondergronds elektriciteitsnet voor de openbare verlichting streeft de gemeente om het bij het eigen net te betrekken c.q. te behouden.
Wij vergroten het eigen net in principe bij nieuwbouwwijken en bij herprofilering. Hierbij hanteren wij rendabiliteit als uitgangspunt. Het kan namelijk zijn dat bij het overbruggen van lange afstanden met weinig lichtpunten het niet rendabel is om het eigen net te vergroten. Per situatie wordt daarom bekeken of uitbreiding rendabel is.
Toepassen Politie keurmerk veilig wonen voor de (semi)-openbare ruimte;
Het Keurmerk is een initiatief vanuit de politieorganisatie ter voorkoming van criminaliteit in de woonomgeving. De essentie van dit keurmerk is dat de veiligheidssituatie van een wijk wordt beoordeeld. Het keurmerk stelt onder meer eisen aan verlichting van de openbare ruimte en achterpaden en aan de wijze waarop beheer van de openbare ruimte vorm krijgt.
Wij vinden de specifieke eisen van het PKVW keurmerk voor bestaande wijken te ver gaan. Zo vinden wij eis met betrekking tot de minimale mastafstanden dat ze te dicht bij elkaar staan. De ervaring leert dat hierdoor teveel licht staat. Wij hanteren daarom voor woonwijken, zoals eerder aangegeven, de eisen uit de ROVL-richtlijn.
Het initiatief om de PKVW te volgen ligt bij de eigenaars van of nabij semi-openbare ruimte.
Integrale afstemming van openbare verlichting met andere aspecten Openbare Ruimte;
Een doelmatige verlichting hangt samen met ander aspecten van de openbare ruimte. Als lichtmasten tussen of zelfs achter de bomen staan valt het licht niet of onvoldoende op de juiste plaatsen. Hetzelfde geldt wanneer lichtmasten op basis van de locatie van parkeervakken worden geplaatst. Daarnaast is verlichting belangrijk bij de plaatsing van camera’s. Bij herprofilering dienen daarom alle aspecten van de openbare ruimte zoals groenvoorziening, verkeersregelinstallaties en parkeervoorzieningen bij de installatie en het onderhoud van openbare verlichting.
Wij stemmen bij herprofilering de verschillende aspecten van de openbare ruimte af. Hierdoor wordt voorkomen dat de beleidsuitgangspunten van de openbare verlichting en andere aspecten met elkaar in conflict komen. Het ontwerp van de openbare verlichting moet hierdoor integraal worden uitgevoerd met het herprofileringsontwerp.
Wij willen tot een standaard Plan van eisen komen voor de Openbare verlichting. Dit plan van eisen kan worden opgenomen in een nog op te stellen Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)
8.2.2Goede Installatiekwaliteit
De gemeente is juridisch eigenaar van alle lichtmasten in haar gronden en voor het eigen net ook over de kabels. Dit geeft de gemeente de zorgplicht om te waarborgen dat de installatie veilig is. Oftewel de gemeente draagt zorg voor een goede installatieverantwoordelijkheid.
De gemeente stelt daarom de veiligheid en de kwaliteit van de openbare verlichtingsinstallatie op de eerste plaats. De gemeente vervangt daarom haar masten en armaturen wanneer dat nodig is. Daarnaast geeft de gemeente vorm aan een goede bedrijfsvoering om de installatieverantwoordelijkheid van de openbare verlichting te waarborgen.
Het vervangen van verouderde masten en armaturen
Lichtmasten en armaturen verouderen tijdens de levensduur als gevolg van externe invloeden, zoals: het weer, de grondsoort, het plaatsen van fietsen of andere objecten tegen een mast, vandalisme, etc. Gemeente Medemblik doet preventief onderhoud aan lichtmasten en armaturen op basis van leeftijd en gemiddelde levensduur. Op deze wijze worden de lichtmasten en armaturen vervangen voordat ze dusdanig verouderd zijn dat de veiligheid en de bedrijfszekerheid in het geding komt.
Wij hanteren als financieel uitgangspunt om masten na een levensduur van 40 jaar te vervangen en armaturen na een levensduur van 20 jaar te vervangen;
Op basis van onderzoek en visuele inspecties wordt de werkelijke staat van de masten en armaturen beoordeeld en wordt besloten of daadwerkelijk vervanging is benodigd.
Het toepassen van spotremplace;
Iedere lamp heeft, net zoals armaturen en lichtmasten, een bepaalde technische levensduur. Na deze levensduur, zal de lamp minder licht produceren en de kans op uitval wordt groter. Door de fabrikant wordt een servicelevensduur gespecificeerd, waarbij wordt gesteld dat na deze levensduur ongeveer 10% van de lampen uitvalt.
Wij kiezen om de lamp pas te vervangen wanneer deze defect is. Lampen worden hierdoor niet na het verstrijken van de servicelevensduur vervangen. Door de frequente controlerondes en via het Service- en meldpunt komen lampstoringen naar voren en worden binnen de gestelde termijnen vervangen.
Wij dragen zorg voor een doelmatige communicatie om de controlerondes onder de aandacht te brengen. Daarnaast streven wij naar meer betrokkenheid van de burgers om lampstoringen te melden via het Service en meldpunt.
Vervangen van kabels naar aanleiding van noodzaak
De levensduur van kabels (afhankelijk van de kwaliteit zo’n 50 - 60 jaar) is langer dan de levensduur van masten en armaturen. Toch is de levensduur van kabels niet oneindig. Wanneer de kwaliteit van kabels afneemt, neemt de kans op storingen toe. Het aantal storingen en de levensduur van de kabels in de gemeente geven op dit moment geen aanleiding om de kabels te vervangen.
Wij vervangen de kabels van het eigen net op basis van de monitoring van terugkerende kabelstoringen en ouderdom;
Vormgeven aan de uitvoering van de Bedrijfsvoering Elektrische Installatie (BEI) en WetInformatie-uitwisseling Ondergrondse Netwerken (WION).
Voor de uitvoering van de installatieverantwoordelijkheid van de gemeente Medemblik is het van belang om de veiligheid en de kwaliteit van de installatie te monitoren en te borgen. In het kader van de WION dient de gemeente haar ondergronds areaal in beeld te hebben.
Wij werken momenteel aan het vormgeven van de bedrijfsvoering elektrische installatie (BEI). Binnen de beleidsperiode is de BEI uitgewerkt en gaan wij tot uitvoering over.
Wij geven uitvoering aan de WION door projectmatig het openbare verlichtingsnet te analyseren op hiaten en overlap en een plan van aanpak op te stellen om eventuele gebreken op te lossen.
Wij geven binnen de beleidsperiode vorm aan het gegevensbeheer van de ondergrondse en bovengrondse OVL-installatie inclusief de keuze voor een beheerpakket.
8.2.3Duurzaam verlichten
Parallel met het beleidstraject openbare verlichting bereidt de gemeente Medemblik een duurzaamheidsplan voor. Onderstaande beleidspunten zijn in overleg met de verantwoordelijke werkgroep opgesteld.
Alleen verlichten waar het functioneel nodig is;
De wegen in de openbare ruimte binnen de bebouwde kom worden voorzien van openbare verlichting. Om lichtvervuiling te minimaliseren en het bewustzijn in het energie verbruik te verhogen, wordt buiten de bebouwde kom in nieuwe situaties standaard niet verlicht, tenzij dit omwille van de verkeers- of sociale veiligheid, noodzakelijk of gewenst is. Voor bestaande situaties wordt de openbare verlichting gehandhaafd.
Energiebesparing;
Wij zetten ons in om energie te besparen op de openbare verlichting. Niet overal in het areaal zijn investeringen (zoals led) terug te verdienen over de levensduur. Daarom hebben we als doel gesteld dat investeringen in ieder geval binnen de levensduur worden terugverdiend. Wij bekijken daarom per situatie met welke maatregelen een zo groot mogelijke energiebesparing te behalen is.
Inkoop: Het duurzaam inkopen van OVL toepassen;
De gemeente wil een duurzaam beleid uitdragen. Daarom wil de gemeente haar areaal aan openbare verlichting duurzaam inkopen. Dit betekent dat de inkopen voldoen aan de criteria van Duurzaam inkopen (zie paragraaf 4.2) die op dat moment door de betreffende productgroepen zijn opgesteld.
Wij voegen ons voor wat betreft het duurzaam inkopen bij de Regionale Milieudienst West-Friesland.
Wij handhaven het inkoopbeleid op het gebied van groene stroom bij de energieleverancier.
Masten: Het toepassen van stalen lichtmasten;
Binnen de gemeente Medemblik staan voornamelijk stalen masten en daarnaast ook aluminium masten.
Wij passen bij vervanging van lichtmasten stalen masten toe.
In centrumgebieden kan vanwege het speciale karakter worden afgeweken.
Het toepassen van led armaturen bij grootschalige vervanging, tenzij
Wij kiezen om deze beleidsperiode in principe led verlichting toe te passen in combinatie met dimmen. De voorwaarde is dat de meerinvestering van led over de levensduur niet hoger is dan de besparingen op de exploitatiekosten (zoals op energie en onderhoud). Hiervoor gebruiken wij actuele prijsinformatie voor TCO berekeningen, gezien de prijsontwikkeling van led-technologie.
Blijkt de terugverdientijd van led niet binnen de levensduur te vallen dan passen wij (conventionele) energie-efficiëntere versies van de huidige armaturen en lampen toe al dan niet in combinatie met statisch dimmen.
Het toepassen van standaardisatie van armaturen
Op dit moment staan verschillende armaturen in de gemeente. In het kader van duurzaam verlichten standaardiseert de gemeente Medemblik de keuzetoepassingen van de armaturen.
Wij kiezen voor een select aantal armaturen waarbij led armaturen de voorkeur heeft. De selectie van led armaturen wordt gekozen op basis van recente ervaringen en ontwikkelingen in de markt. Voor de selectie van conventionele armaturen is gebruik gemaakt van de meest voorkomende armaturen die momenteel in de gemeente worden toegepast bij vervanging. De betreffende armatuurtypen voor de verschillende Duurzaam Veilig categorieën worden binnen de beleidsperiode vastgesteld.
De mogelijkheid bestaat, om ten behoeve van decoratieve redenen, af te wijken voor speciale gebieden zoals in centrumgebieden en in dorpskernen.
Dimmen: Het toepassen van gefaseerd dimmen met voorgeprogrammeerde dimmer;
Om de energiekosten te besparen, de CO2 uitstoot te verminderen en om duurzaam in te kopen zal de gemeente de mogelijkheden van dimmen benutten:
Wij benutten bij nieuw te plaatsen verlichting en grootschalige vervangingen de mogelijkheden, die de ROVL-2011 biedt, om te dimmen. Tijdens de uren waarop de openbare ruimte minder intensief wordt gebruikt, zullen wij de openbare verlichting dimmen (statisch gefaseerd). Dit houdt in dat op rustige momenten het lichtniveau daalt maar wel binnen de normen van de ROVL-2011.
Wij passen dimmen alleen toe wanneer het kostentechnisch haalbaar is. Per situatie wordt bekeken of dimmen rendabel is. Als richtlijn wordt dimmen daarom toegepast bij de vervanging van een armatuur met een lampvermogen van 36 Watt.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2
Beleidspunten
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent openbare verlichting