5.4.1 Bestuursdwang en dwangsom
De bevoegdheid om handhavend op te treden (bestuursdwang of dwangsom) is op grond van artikel 125 Gemeentewet/5.32 Awb. specifiek toegekend aan het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. De Awb. verschaft zelf geen bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom, maar regelt alleen wat mag en moet als een andere wettelijke regeling die bevoegdheden aan een orgaan heeft toegekend. Voorts heeft het bestuur in beginsel de plicht om indien derden dat vragen, over te gaan tot handhaving. Nergens is geformuleerd dat deze bevoegdheden als een strikte verplichting moeten worden gezien.
De vraag of het bestuursorgaan sanctionerend kan optreden kan men beantwoorden aan de hand van het onderstaande schema.
Bestuursdwang en dwangsom zijn er voor bedoeld om een overtreding ongedaan te maken of verdere overtredingen dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Daarnaast heeft het college van B&W soms de mogelijkheid om een vergunning in te trekken om de handhaving van wettelijke bepalingen en voorschriften verbonden aan vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen te waarborgen (Zie 5.4).
Wanneer het college van B&W gebruik maakt van bestuursdwang, kunnen zij de kosten die zij maken om de overtreding ongedaan te maken, verhalen op de overtreder. Een last onder dwangsom strekt ertoe dat de overtreder de onrechtmatige situatie ongedaan maakt. Aan die last moet voor een bepaalde datum zijn voldaan, na die datum wordt de overtreder automatisch een of meerdere bedragen (dwangsommen) verschuldigd indien de overtreding dan nog niet is beëindigd of wordt herhaald.
Overtredingen kunnen door derde worden gemeld of door BOA’s geconstateerd worden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.4
Sancties
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent handhaving (Kadernota Handhaving Medemblik)