Naar hoofdinhoud
De gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel (zie figuur 1.1; en als niet specifiek benoemd hierna aangeduid als ‘de gemeenten’) hebben de wens het grondstromenbeleid verder op elkaar af te stemmen en grondverzet tussen de gemeenten te optimaliseren. De gemeenten streven ook naar een zo optimaal en duurzaam mogelijke hergebruik van (licht verontreinigde) grond en gerijpte baggerspecie, zodat het nuttig en milieuhygiënisch verantwoord hergebruik hiervan mogelijk wordt gemaakt. Ook willen de gemeenten zoveel als mogelijk onderhoudsbaggerspecie binnen de gemeentelijke grondgebieden kunnen verspreiden. Om dit te realiseren hebben de gemeenten de eerder bestuurlijk vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten en bodemkwaliteitskaarten van de gemeente Neder-Betuwe, de gemeente West Maas en Waal en de andere gemeenten[bronvermelding 1] geïntegreerd en geactualiseerd in een nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart[bronvermelding 2]. Ook zijn de eerder opgestelde nota’s bodembeheer van de gemeente Neder-Betuwe, de gemeente West Maas en Waal en de andere gemeenten[bronvermelding 3] geïntegreerd en geactualiseerd met deze nieuwe gezamenlijke nota bodembeheer. De wens voor gezamenlijk grondstromenbeleid valt samen met het gegeven dat in de nota’s bodembeheer en in de Regeling bodemkwaliteit[bronvermelding 4] (artikel 4.3.5) een actualisatiemoment is opgenomen van de bodemkwaliteitskaarten. Dat moment is 5 jaar na bestuurlijke vaststelling. Ook is op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS2 Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. -houdende grond en baggerspecie[bronvermelding 5]. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. De geactualiseerd nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is ook opgesteld voor PFAS-verbindingen[bronvermelding 2]. Figuur 1.1 De gemeenten: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond en baggerspecie vrij. Het tijdelijk opslaan en het hergebruik of toepassen van grond en gerijpte baggerspecie valt onder het Besluit bodemkwaliteit[bronvermelding 6] en de Regeling bodemkwaliteit (hierna aangeduid als 'het Besluit' en 'de Regeling'). Vanuit andere wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) nog aanvullende voorwaarden worden gesteld (bijvoorbeeld de Arbeidsomstandighedenwet en de provinciale omgevingsverordening). Het grondstromenbeleid moet praktisch uitvoerbaar, milieuhygiënisch verantwoord en transparant zijn. Hiermee wordt vorm gegeven aan het milieuvriendelijk en verantwoord hergebruik, toepassing en tijdelijke opslag van grond en gerijpte baggerspecie in de gemeenten. Er zijn vier motieven voor het milieuvriendelijk en verantwoord grondstromenbeleid: Een ‘standstill’ voor de bodemkwaliteit op het niveau van het bodembeheergebied. De kwaliteit van de bodem moet binnen het bodembeheergebied gelijk blijven en op termijn verbeteren. Beperking van het gebruik en aankoop van primaire en secundaire grondstoffen (aanvoer en gebruik van zand uit zandwinputten of grond van een grondbank). Kostenbesparing (minder onderzoekskosten bij grondverzet en verwerkingskosten bij vrijkomende grond). Minder grondtransportbewegingen en energiebesparing (minder druk op het wegennet, minder uitstoot van fijnstof en CO2 en minder grondverwerking). Deze gezamenlijke nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond en gerijpte baggerspecie (hierna tezamen aangeduid als 'grond') op en in de landbodem van de gemeenten kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten voor dit milieuvriendelijke grondstromenbeleid. Op de gezamenlijke bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’ (meestal landbouw en natuur) weergegeven. De gezamenlijke bodemkwaliteitskaart geeft de te verwachten gemiddelde chemische bodemkwaliteit aan voor locaties. De gemeenten hebben binnen de mogelijkheden van het Besluit, gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bij het gebiedsspecifiek beleid is een afweging gemaakt tussen enerzijds de risico’s voor bodemverontreiniging en behoud van de bestaande bodemkwaliteit en anderzijds de mogelijkheden voor hergebruik of toepassing van grond binnen de gemeenten. Deze nota bodembeheer is bedoeld voor professionele partijen. De kaarten en de nota bodembeheer zijn niet afzonderlijk van elkaar te gebruiken. Met deze gezamenlijke nota bodembeheer en de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn de eerder bestuurlijk vastgestelde nota’s bodembeheer, en de onderliggende bodemkwaliteitskaarten vervangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel