Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.6

Deze nota bodembeheer in relatie tot de Omgevingswet

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent het bodembeheer

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur in werking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie komt daarmee te vervallen en wordt in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings-)wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifiek beleid kan hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (indien gewenst) worden voortgezet. Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie. Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht vanuit de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen. De regels over het hergebruik van grond komen in het definitieve Omgevingsplan, na een integrale afweging over de kwaliteit van de leefomgeving en het toedelen van functies aan locaties. Met de Omgevingswet wordt ook het normenkader gewijzigd. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) betreft de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ betreft de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt. Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen, gebiedsspecifiek, beleid te maken. De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit Kwaliteit Leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit). Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de ‘Kwalibo’ gelden; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd. Opgesteld gebiedsspecifiek beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op. Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet. De bodemkwaliteitskaart kan ook gebruikt worden bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor bodemonderzoek bij een omgevingsvergunningsaanvraag activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming. Eén van de doelstellingen van de Omgevingswet is dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. Ook is een van de doelstellingen dat een instrument zoals een bodemkwaliteitskaart wordt gebruikt voor meer doeleinden dan alleen voor het nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie. Deze nota bodembeheer loopt hierop al vooruit doordat beleid is geformuleerd dat, na bestuurlijke goedkeuring, de bodemkwaliteitskaart van regio Rivierenland, gebruikt mag worden bij: de aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen of activiteit planvorming), als het een locatie betreft die niet-verdacht is voor bodemverontreiniging (zie hoofdstuk 11); de interpretatie van een eindsituatie-onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit als geen nulsituatie-onderzoek beschikbaar is (zie § 5.11). Ten slotte ontsluiten de gemeenten de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer via een website: http://www.geosolutions.nl/sites/rivierenland/. Hiermee lopen de gemeenten al vooruit op de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Ook zijn de kaarten van deze nota bodembeheer te raadplegen op de website van het Bodemloket http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel