In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de te verwachten bodemkwaliteit in de gemeenten waarna in hoofdstuk 3 een toelichting wordt gegeven op de maatschappelijke opgave over het toepassen van grond in de gemeenten. Het gebiedsspecifiek beleid voor de toepassing van grond wordt in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het overige gemeentelijke beleid wordt weergegeven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie. Het toepassen van grond met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel komt in hoofdstuk 7 aan de orde. In hoofdstuk 8 wordt beschreven welke onderzoeksinspanning moet worden verricht voorafgaand aan het ontgraven en toepassen van grond. De te volgen procedures rondom het toepassen van grond zijn hoofdstuk 9 beschreven. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op toezicht en handhaving van grondstromen. De uitwerking van het beleid voor het onderdeel activiteit bouwen en activiteit ruimtelijke planvorming is in hoofdstuk 11 opgenomen. Hier wordt beleid geformuleerd dat onder voorwaarden de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden in plaats van het uitvoeren van een bodemonderzoek. Hoofdstuk 12 gaat in op het beleidsonderdeel saneren. In dit hoofdstuk wordt beleid uitgewerkt voor hergebruik van grond en terugsaneerwaarden op saneringslocaties. Ook wordt aangegeven hoe gehandeld moet worden bij niet ernstige gevallen van bodemverontreiniging, zorgplicht en onverwachte bodemverontreinigingen tijdens graafwerkzaamheden. Tot slot wordt in hoofdstuk 12 uitgewerkt hoe om te gaan met grensoverschrijdende verontreinigingen in de landbodem en de waterbodem. Deze nota wordt afgesloten met een hoofdstuk over enkele delegaties van bevoegdheden door de gemeenteraden aan de betreffende colleges van burgemeester en wethouders.
De in deze nota gebruikte begrippen zijn in bijlage 1 uiteengezet. In bijlage 2 wordt ingegaan op de Wet- en regelgeving bij het ontgraven, het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond. In de bijlagen 3 is de statistische onderbouwing van de ontgravingskaarten opgenomen als ook voor lood op basis van gemeten gehalten. De mogelijkheden voor het toepassen van grond binnen de gemeenten, zonder dat bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden, zijn weergegeven in een grondstromenmatrix dat in bijlage 4 is opgenomen. In bijlage 5 en 6 zijn de Lokale Maximale Waarden onderbouwd. In bijlage 7 zijn de Lokale Maximale Waarden én de Lokale achtergrondwaarden (gebiedseigen kwaliteit) schematisch weergegeven. In bijlage 8 is het vragenformulier voor historische gegevens opgenomen dat onder voorwaarden kan worden gebruikt, tezamen met de ontgravings- en toepassingskaarten, als bewijsmiddel voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem.
Op de kaartbijlagen 1 en 2 zijn respectievelijk de bodemfunctieklassenkaart en een kaart met de ligging van de bodemkwaliteitszones weergegeven. Op de kaartbijlagen 3 zijn de te verwachten ontgravingsklassen weergegeven. De toepassingseisen voor grond op het grondgebied van de gemeenten zijn voor het generieke en gebiedsspecifiek kader van het Besluit opgenomen in respectievelijk de kaartbijlagen 4 en 5. Ten slotte wordt op kaartbijlage 6 de ligging weergegeven van de waterkeringen in beheer van het Waterschap Rivierenland waarvoor gebiedsspecifiek beleid is opgesteld.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.7
Leeswijzer
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent het bodembeheer