In de Regeling bodemkwaliteit staat het volgende over grond en baggerspecie:
“Voor de toepassing van het besluit wordt onder grond of baggerspecie mede verstaan grond of baggerspecie waarin:
ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal voorkomt dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken in de grond of baggerspecie aanwezig was en waarvan niet is te voorkomen dat de grond of baggerspecie daarmee is vermengd, voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft; en
alleen sporadisch ander bodemvreemd materiaal dan steenachtig materiaal of hout als bedoeld onder a voorkomt, dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken in de grond of baggerspecie aanwezig was, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond of baggerspecie wordt verwijderd voordat het wordt toegepast.”
Daarom hanteren de gemeenten het onderstaande beleid voor bijmenging van bodemvreemd materiaal:
Bij het aanleveren van historische gegevens (zie § 8.1) voorafgaand aan het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond moet aandacht besteed worden aan het voorkomen van bodemvreemd materiaal in de grond. Tijdens de grondwerkzaamheden moet een visuele controle plaatsvinden of de grond mogelijk verontreinigd is met bodemvreemde bijmengingen. De toe te passen grond mag maximaal een vergelijkbare hoeveelheid bodemvreemd materiaal bevatten als de ontvangende bodem, met een maximum van 20 gewichtsprocent voor hout en niet-asbestverdacht steenachtig bodemvreemd materiaal (bijvoorbeeld klinkers, bakstenen of tegels). Om het milieu minder met andere bijmengingen dan hout en steenachtige materialen (bijvoorbeeld plastics en piepschuim) te belasten mag in de toe te passen grond slechts een ‘sporadische’ bijmenging aan andere bodemvreemde materialen dan hout en steenachtige materialen bevatten. Hierbij wordt aangesloten op de Regeling. Als er twijfel is kan een gemeente een onderzoek eisen waarbij het percentage bodemvreemd materiaal in de toe te passen grond en/of de ontvangende bodem wordt bepaald. Als er geen sprake is van sterk verontreinigde grond, is het toegestaan om door civieltechnisch zeven het percentage bodemvreemd materiaal terug te brengen naar het toegestane percentage. Het civieltechnisch zeven wordt niet als een tussentijdse bewerking beschouwd (zie de Nota van Toelichting Besluit bodemkwaliteit artikel 36, derde lid). Het uitgezeefde bodemvreemd materiaal moet worden getransporteerd naar een erkend verwerker. Is het bodemvreemd materiaal niet uit te zeven, bijvoorbeeld bij kolengruis, dan moet een alternatieve toepassingslocatie voor de grond worden gezocht.
Als tijdens de grondwerkzaamheden asbestverdacht materiaal (asbest(golf)plaat, bouw- en sloopafval, gemengd puin, betonpuin en metselpuin) wordt waargenomen, moeten de werkzaamheden direct gestaakt worden (Arbeidsomstandighedenwet en -besluit)[bronvermelding 21], moet een verkennend (asbest)onderzoek worden uitgevoerd en moet contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst Rivierenland. Dit geldt ook voor overige bijmengingen en afwijkingen zoals kleur en geur die redelijkerwijs op een bodemverontreiniging kunnen wijzen met bijvoorbeeld minerale olie of met vluchtige stoffen.
Als in de toe te passen grond meer dan het toegestane percentage bodemvreemd materiaal aan bijmenging wordt vastgesteld, of er wordt asbest of een andere niet verwachte mogelijke bodemverontreiniging aangetroffen, dan moet dit direct worden gemeld aan de Omgevingsdienst Rivierenland en moet het werk (tijdelijk) worden gestaakt.
Toe te passen grond mag maximaal een vergelijkbare hoeveelheid bodemvreemd materiaal (hout en steenachtige materialen zoals puin, bakstenen, cement, beton) bevatten als de ontvangende bodem, met een maximum van 20 gewichtsprocent voor bijvoorbeeld niet-asbestverdacht bodemvreemd materiaal én een ‘sporadische’ bijmenging aan andere bodemvreemde materialen dan hout en steenachtige materialen (bijvoorbeeld plastics of piepschuim).
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Toepassen grond met bodemvreemd materiaal (puin, bakstenen, plastic, piepschuim etc.)
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent het bodembeheer