Voor de keuze van een ondersteuningsarrangement geldt het hierna opgenomen afwegingskader.
Psychosociale problematiek, licht verstandelijke beperking, cognitieve achteruitgang /psychogeriatrische problematiek
Pakket A: in de regel van toepassing wanneer cliënt in hoge mate zelf de regie heeft, zelf de benodigde zorg kan aangeven, initiëren en organiseren, open staat voor hulp, problemen op één levensgebied ervaart (voeren van het huishouden), een dag invulling heeft, niet of nauwelijks beperkingen in zijn sociale redzaamheid ervaart en beperkingen van functionele aard heeft.
Pakket B: in de regel van toepassing wanneer cliënt In beperkte mate zelf de regie heeft, zelf beperkt de benodigde zorg kan aangeven, initiëren en organiseren, beperkt openstaat voor hulp, problemen op één of meerdere levensgebieden ervaart, een eigen steunend netwerk heeft, mogelijk afnemende dag invulling heeft, lichte beperkingen in zijn sociale redzaamheid ervaart, lichte problemen van functionele, sociale en/of psychische aard ervaart/heeft en een eventuele progressieve aandoening ontwikkelt zich niet agressief.
Pakket C: in de regel van toepassing wanneer cliënt weinig tot geen eigen regie heeft, niet zelf of in beperkte mate zelf de benodigde zorg kan aangeven, initiëren en organiseren, mogelijk beperkt openstaat voor hulp of zorg-mijdend gedrag vertoont bijvoorbeeld vanwege beperkt/geen ziekte inzicht, problemen op meerdere levensgebieden heeft, een beperkt of geen eigen steunend netwerk heeft, mogelijk afnemende of geen dag invulling heeft, beperkingen in zijn sociale redzaamheid ervaart, mogelijk ernstige problemen van functionele, sociale en/of psychische aard heeft en een eventuele progressieve aandoening ontwikkelt zich (mogelijk) agressief.
Onafhankelijk van deze indeling naar pakketten is het indiceren van een voorziening op basis van individuele behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van categorieën personen mogelijk.
Lichamelijke achteruitgang
Pakket A: in de regel van toepassing wanneer cliënt in hoge mate zelf de regie heeft, zelf de benodigde zorg kan aangeven, initiëren en organiseren, open staat voor hulp, problemen op één levensgebied ervaart (voeren van het huishouden), een dag invulling heeft, niet of nauwelijks beperkingen in zijn sociale redzaamheid ervaart en beperkingen van functionele aard heeft.
Onafhankelijk van deze indeling naar pakketten is het indiceren van een voorziening op basis van individuele behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van categorieën personen mogelijk.
Lichamelijke achteruitgang en chronische ziekte of NAH
Pakket B: in de regel van toepassing wanneer cliënt in hoge mate zelf de regie heeft, zelf de benodigde zorg kan aangeven, initiëren en organiseren, open staat voor hulp, problemen op één levensgebied ervaart (voeren van het huishouden), een daginvulling heeft, niet of nauwelijks beperkingen in zijn sociale redzaamheid ervaart en beperkingen van functionele aard heeft.
Pakket C: in de regel van toepassing wanneer cliënt in beperkte mate zelf de regie heeft, zelf beperkt de benodigde zorg kan aangeven, initiëren en organiseren, beperkt openstaat voor hulp, problemen op één of meerdere levensgebieden ervaart, een eigen steunend netwerk heeft, mogelijk afnemende dag invulling heeft, lichte beperkingen in zijn sociale redzaamheid ervaart, lichte problemen van functionele, sociale en/of psychische aard ervaart en eventueel een progressieve aandoening heeft die zich niet agressief ontwikkelt.
Onafhankelijk van deze indeling naar pakketten is het indiceren van een voorziening op basis van individuele behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van categorieën personen mogelijk.
Beschermd wonen (midden)
Cliënten hebben een (complexe) psychiatrische aandoening en ondervinden daar in het dagelijks leven beperkingen van. Er is zorg, begeleiding, bescherming en stabiliteit nodig in een veilige en weinig eisende woonomgeving. Deze intensieve zorg en begeleiding zijn gericht op het omgaan met deze beperkingen (cognitief en psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Deze begeleiding is continue aanwezig.
De cliënten hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid in het algemeen dagelijks leven intensieve begeleiding nodig. Er zijn forse beperkingen bij het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag. Er zijn forse beperkingen in de vaardigheden die nodig zijn voor het oplossen van problemen, het nemen van besluiten en bij het uitvoeren van eenvoudige en wat complexere taken. Tevens kan er bij aanvang van de zorg sprake zijn van een beperkt zelfinzicht in hun eigen aandeel in (interactie)problemen en/of kan het ontbreken aan motivatie om doelgericht te gaan werken aan (herstel)doelen. Begeleiding is nodig bij beheren van geld en verrichten van administratieve handelingen. Cliënten reizen doorgaans met begeleiding.
Beschermd wonen (hoog)
Cliënten hebben een actieve (complexe) psychiatrische aandoening, vaak in combinatie met ernstig gedragsproblematiek, een somatische aandoening, een lichamelijke handicap, een verstandelijke beperking en/of een verslaving. Cliënten zijn beperkt gevoelig en gemotiveerd voor begeleiding en correctie, hebben geen inzicht in hun eigen aandeel bij (interactie)problemen en er is een relatief beperkt leervermogen. Er is sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatie, dwangmatig, destructief en reactief gedrag (o.a.) met betrekking tot interactie.
Er is zeer intensieve zorg, begeleiding, bescherming en stabiliteit nodig in een veilige en weinig eisende woonomgeving (gecontroleerde in- en uitgang). Deze intensieve zorg en begeleiding zijn gericht op het (in de eerste instantie) overnemen van taken op alle levensterreinen, het leren omgaan waar mogelijk met de beperkingen (cognitief en psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek en is continue aanwezig. Deze begeleiding is tevens waar mogelijk gericht op het ontwikkelen van zelfregie en zelfredzaamheid.
De cliënten hebben ten aanzien van hun sociale redzaamheid in het algemeen dagelijks leven intensieve begeleiding nodig. Cliënten zijn nauwelijks in staat om sociale relaties te onderhouden en invulling te geven aan de dag. Er ontbreken vaardigheden die nodig zijn voor het oplossen van problemen, het nemen van besluiten en bij het uitvoeren van eenvoudige en wat complexere taken. Het aanleren van deze vaardigheden is bijna niet mogelijk. Begeleiding en/of overnemen van het beheren van geld en verrichten van administratieve handelingen is nodig. Cliënten reizen met begeleiding.
Beschut Wonen
De Tussenvoorziening Beschut Wonen is uitstroomproduct van Beschermd Wonen wat maximaal voor een jaar ingezet kan worden. Het is gericht op zelfstandig wonen met eventueel ambulante begeleiding. Het betreft wonen in een accommodatie waarbij een beroep gedaan kan worden op 24-uurs zorg.
Cliënten hebben een psychiatrische/ psychische aandoening, mogelijk in combinatie met een verstandelijke beperking. Op het gebied van de psychiatrische aandoening is stabiliteit behaald, echter is het nog noodzakelijk dat er dagelijks contact is met de cliënt om dit te monitoren. Eventueel middelengebruik van de cliënt staat herstel richting het vergroten van de zelfredzaamheid niet in de weg. Het gebruik is onder controle en werkt niet ontwrichtend voor de groep/ medebewoners. Cliënt is overwegend in staat om zelf een beroep op zorg/ begeleiding te kunnen doen. Cliënt heeft eventuele medicatie in eigen beheer. Cliënt is therapietrouw (behandeling en medicatie). Cliënt is nog deels afhankelijk van de structuur van de woonvorm en maakt (wekelijks) gebruik van de voorzieningen van de woonvorm.
Cliënt beheerst basale ADL-vaardigheden. Het betreft vaardigheden gericht op het behouden van de lichamelijke veiligheid en welzijn (wassen, aankleden, lichamelijke verzorging, aankleden, voeden, toiletbezoek en je zelfstandig fysiek kunnen verplaatsen.
Cliënt beheerst minimale instrumentele ADL-vaardigheden. Het betreft vaardigheden gericht op veilig en duurzaam functioneren in zijn/haar omgeving: koken, vervoeren, inkopen doen, huishoudelijk werk, administratie, medicatie innemen en het gebruiken van apparaten en producten wanneer cliënt ze nodig heeft en hij/zij gebruikt dit op de juiste manier.
Hoofdstuk 3a:
Artikel 10.