**1..** Indien het college een maatwerkvoorziening noodzakelijk acht, dan wordt de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Hieruit vloeit voort dat:
**a..** bij de vaststelling van een te verstrekken maatwerkvoorziening in het kader van vervoer eerst wordt onderzocht of collectief georganiseerde maatwerkvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld het Mobiliteitslab, een passende oplossing kunnen bieden voor de cliënt.
**b..** bij het verlenen van voorzieningen gericht op het geschikt maken van de woning van de cliënt een kostenafweging wordt gemaakt tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en de mogelijkheid om te verhuizen anderzijds. Binnen deze kostenafweging wordt rekening gehouden met de huidige en de voorzienbare aanpassingskosten van de reeds bewoonde woning en de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning. Indien uit deze kostenafweging blijkt dat verhuizen de goedkoopst passende voorziening is en er binnen een aanvaardbare termijn een andere woning beschikbaar is, dan wordt het primaat van verhuizen toegepast en kan er een verhuiskostenvergoeding toegekend worden. Het primaat van verhuizen wordt toegepast indien de woningaanpassingen een bedrag van € 6.807,- overstijgen.
**c..** Van het primaat van verhuizen, zoals bedoeld in lid 1 onder b van dit artikel, kan worden afgeweken als een verhuizing vanuit maatschappelijke oogpunt onaanvaardbaar wordt geacht. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de situatie waarin de cliënt zwaarwegende mantelzorg ontvangt die niet verplaatsbaar is naar een andere woning, als er een medische contra-indicatie is voor verhuizing of wanneer de psychosociale gevolgen van een verhuizing dermate belastend zijn dat een verhuizing in redelijkheid niet kan worden gevergd.
Hoofdstuk 3:
Artikel 8.