Het welstandsbeleid moet een kader bieden om vergunningplichtige bouwwerken te toetsen aan redelijke eisen van welstand. In deze welstandsnota zijn criteria gegeven die bijdragen aan de inpassing van een bouwwerk in de omgeving. Bij het opstellen van de criteria is rekening gehouden met de aanwezige waarden in het gebied en de toekomstvisie voor dat gebied. Aspecten die aan de orde komen zijn zowel niet-ruimtelijk relevante aspecten (zoals kleur- en materiaalgebruik) als ruimtelijke aspecten (zoals hoogte, omvang en ligging van de gebouwen).

Het bestemmingsplan regelt onder andere de functie van bouwwerken en de ruimtelijke aspecten. Een goede ruimtelijke ordening is hierbij het uitgangspunt. Niet-ruimtelijk relevante aspecten worden niet in het bestemmingsplan geregeld.

De welstandsnota kan kwalitatieve eisen (bijvoorbeeld het materiaalgebruik ten opzichte van de naastgelegen woning) aan een gebouw stellen, terwijl het bestemmingsplan alleen kwantitatieve eisen stelt (bijvoorbeeld maximale nok- en goothoogte). Het welstandsbeleid en bestemmingsplan liggen dus in elkaars verlengde en vullen elkaar aan.

Bouwmogelijkheden die op grond van het bestemmingsplan mogelijk zijn kunnen niet door welstandscriteria worden verboden. Wel kunnen de welstandscriteria de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit.

Voor de gehele gemeente zijn nieuwe bestemmingsplannen gemaakt of in procedure. De voorgaande bestemmingsplannen waren soms verouderd en waren toe aan actualisatie. Ook was het nodig om ze op elkaar af te stemmen, onder andere in verband met de samenvoeging van de vier voormalige gemeenten en de digitaliseringverplichting. Door de nieuwe bestemmingsplannen wordt het aantal teruggebracht van ongeveer 400 naar minder dan 50.