Naar hoofdinhoud
1.. De cliënt komt in aanmerking voor het minnelijke schuldregelingstraject indien: sprake is van problematische schulden; en hij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaren voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag is ingediend, te goeder trouw is geweest. 2.. Van te goeder trouw als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval géén sprake als: recent schulden zijn aangegaan, terwijl er gelet op het inkomen en/of vermogen van de cliënt redelijkerwijs geen uitzicht bestond op aflossing daarvan; recente schulden voortvloeien uit een verslaving aan bijvoorbeeld gokken, alcohol en/of drugs; wegens fraude ten onrechte genoten uitkeringen worden teruggevorderd en nog geen vijf jaren zijn verstreken na ontdekking van de fraude; of schulden uit misdrijf of overtreding, waaronder met name zijn te noemen schulden wegens door de rechter bepaalde boetes, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en schulden wegens door de rechter vastgestelde schadevergoedingsplicht aan slachtoffers van misdrijven, en nog geen vijf jaren zijn verstreken na ontdekking van het misdrijf.

Rechtspraak bij dit artikel