De cliënt komt niet in aanmerking voor het minnelijk schuldregelingstraject indien:
hij minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag is ingediend gebruik heeft gemaakt van een minnelijk of wettelijk schuldregelingstraject, tenzij deze toepassing is beëindigd op grond van een situatie genoemd in artikel 350, derde lid, onder a of b, van de Faillisementswet of in artikel 350, derde lid, onder d, van de Faillisementswet, om redenen die de schuldenaar niet waren toe te rekenen;
hij fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft, hij in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of aan hem een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd en sinds het onherroepelijk zijn van de veroordeling of sanctie er nog geen vijf jaren zijn verstreken;
hij in het geheel geen inkomen heeft.
HOOFDSTUK 2
Artikel 8