• - Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 6° en 7°, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen.
  • - Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.
  • - De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op 8 procent van het geraamde investeringsbedrag.