Het college beëindigt de schuldhulpverlening in ieder geval in de navolgende gevallen:
- - indien de cliënt niet voldoet aan de toelatingscriteria als opgenomen in de wet of in artikel 2 van deze beleidsregel;
- - op schriftelijk verzoek van de cliënt;
- - door overlijden van de cliënt;
- - door een rechterlijke uitspraak tot voorlopige of definitieve toepassing van de Wet schuldsanering natuurlijke personen op de cliënt, tenzij de noodzaak tot nazorg is vastgesteld;
- - indien het college heeft vastgesteld dat de cliënt onjuiste gegevens heeft verstrekt en bij het overleggen van correcte gegevens tot een ander besluit zou zijn gekomen;
- - wanneer de cliënt zich aantoonbaar niet houdt aan een of meerdere afspraken uit het plan van aanpak en/of de schuldregelings- en stabilisatieovereenkomst, waardoor de schuldhulpverlening niet (langer) effectief is;
- - wanneer de cliënt aantoonbaar onjuiste gegevens verstrekt of in het verleden heeft verstrekt, waardoor schuldhulpverlening niet (langer) effectief is.