De navolgende feiten (niet-limitatief) worden in beginsel niet meegewogen bij de beoordeling van de norm slecht levensgedrag:
eenvoudige verkeersovertredingen (uitgezonderd feiten als bedoeld in artikel 2, aanhef, onder e en f);
burengerucht zonder geweld en/of bedreiging;
eenvoudige (geluids)overlast (niet verbonden aan de exploitatie van een bedrijf of evenement);
(anonieme) meldingen over betrokkene die niet verder aanleiding gaven tot onderzoek;
Voorgenoemde feiten kunnen wel subsidiair betrokken worden bij het oordeel als ondersteunende motivering van een patroon van slecht levensgedrag van betrokkene door het bij herhaling niet naleven van wet- en regelgeving.
Artikel 3: