De navolgende feiten (niet-limitatief) worden altijd meegewogen bij de beoordeling van de norm slecht levensgedrag:
geweldsdelicten (waaronder in ieder geval worden begrepen: openbare geweldpleging, mishandeling, doodslag en moord);
overtredingen van de Opiumwet (waaronder ieder geval worden begrepen: productie, ver- en/of bewerking en/of handel van drugs, inclusief voorbereidingshandelingen alsmede het bezit van een handelshoeveelheid drugs;
vermogensdelicten;
zedendelicten (waaronder in ieder geval worden begrepen: aanranding, verkrachting, vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno);
het onder invloed besturen van een (motor)voertuig;
negeren van een rijverbod;
fraude met sociale zekerheidswetgeving;
deelname aan een criminele organisatie;
lidmaatschap verboden rechtspersoon;
mensenhandel / uitbuiting;
witwassen / fraude / belastingontduiking;
discriminatie;
bedreiging / stalking;
valsheid in geschrifte;
wapenbezit en/of –gebruik (Wet wapens en munitie);
overtreding ge- en verbodsbepalingen Drank- en Horecawet;
het organiseren van, of gelegenheid bieden tot, van illegale kansspelen (o.a. poker en loterijen) alsmede een klein kansspel (kienen en bingo) zonder deze aan te melden en/of niet te voldaan aan de voorwaarden;
overtredingen van een Algemene Plaatselijke Verordening (waaronder in ieder geval worden begrepen: zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting, het niet opvolgen politiebevel, ordeverstoring, hinderlijk gedrag in de openbare ruimte, digitaal ver- en inkoopregister handelaren, drugshandel op straat en handel in lachgas).
Artikel 2: