Fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig op diverse bij de taakvelden betrokken deskundigheidsgebieden als bv. vergunningverlening en toezicht/handhaving (generiek) en juridisch, bouwen, milieu, ruimtelijke ordening (specialistisch). De criteria voor kritieke massa vertalen dit vakmanschap in termen van:
Voldoende opleiding en kennis
Voldoende ervaring
Onderhouden en borgen van opleiding, kennis en ervaring
Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa kan een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie en haar medewerkers in principe in staat zijn om de taken en de onderliggende operationele activiteiten uit te voeren met de minimaal vereiste deskundigheid en de vereiste continuïteit. Om te kunnen beoordelen of medewerkers die voor de RUD LN werkzaam zijn, voldoen aan de kwaliteitscriteria, zijn in het verleden ervaringsprofielen (EVP’s) van medewerkers opgesteld en beoordeeld.
De criteria hebben geen relatie met de omvang van het lokale werkaanbod maar geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid om de activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren.
Landelijk wordt gewerkt aan een update van de kwaliteitscriteria om deze beter te laten aansluiten bij de uitvoeringspraktijk. De verwachting is dat de update begin 2019 beschikbaar is.
Wet VTH en Modelverordening kwaliteit VTH taken
Aanvankelijk was het de bedoeling van de wetgever de genoemde kwaliteitscriteria wettelijk te verankeren. Een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ter verbetering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (ook wel Wet VTH genoemd) moest hierin voorzien. In de Wet VTH zijn afspraken gemaakt over:
de vorming van een landelijk dekkend netwerk van regionale uitvoeringsdiensten/omgevingsdiensten;
de verbetering van de samenwerking en informatie-uitwisseling bij de handhaving in de bestuurlijke kolom enerzijds en tussen de bestuurlijke en strafrechtelijke kolom anderzijds
het vereenvoudigen van de bevoegdheidsverdeling tussen de overheden door verdere decentralisatie en
het verminderen van de bestuurlijke drukte door versobering van het interbestuurlijk toezicht
In bovengenoemd wetgevingstraject is uiteindelijk besloten om de kwaliteit niet in de Wet vast te leggen maar gemeenten en provincies via een lokale Verordening de mogelijkheid te geven de kwaliteit te verankeren. De VNG en het IPO hebben daartoe een modelverordening opgesteld, zodat er wel een uniforme werkwijze ontstaat. De verordening gaat over alle Wabo-taken en vormt de basis voor het formuleren van outcome-(beleids)doelstellingen. Ook is het de bedoeling dat de gemeenten en provincie die samenwerken in een RUD hun verordeningen op elkaar afstemmen, zodat de kwaliteit binnen een RUD gelijk georganiseerd wordt. In de verordening staat horizontaal toezicht centraal: gemeenteraden en Provinciale Staten zien toe of de kwaliteitsdoelen worden gehaald.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3