In het omgevingsrecht heeft de afgelopen jaren een aantal nieuwe ontwikkelingen plaatsgevonden. Een van de ontwikkelingen is het vormen van omgevingsdiensten in Nederland. Mede als gevolg van landelijke kwaliteitseisen zijn gemeenten en provincies gaan samenwerken in omgevingsdiensten. Uit gezamenlijk onderzoek is namelijk gebleken dat de meeste VTH-organisaties voor diverse deskundigheden niet kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria voor kritieke massa. Logisch scenario is dan het creëren van massa voor deze deskundigheden door bundeling van capaciteit en het verschuiven van taken naar een beperkter aantal personen en een beperkter aantal organisaties. In onze regio vindt deze samenwerking plaats binnen de RUD Limburg Noord.
De RUD Limburg-Noord is in 2013 opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en het toezicht en handhaving bij de uitvoering van het milieudeel van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te verbeteren, dit minimaal voor zover het de taken uit het landelijk basistakenpakket betreft. De RUD is opgezet als een netwerk-organisatie die op innovatieve en kostenefficiënte wijze uitvoering geeft aan deze taken. De RUD voert minimaal de taken uit zoals die landelijk zijn vastgelegd in het zogenaamde basistakenpakket. Het staat deelnemers aan de RUD vrij om meer taken in te brengen.
De RUD Limburg-Noord heeft aanvankelijk gekozen voor het instrument van de bestuursovereenkomst om de RUD bestuurlijk te verankeren. Daarnaast is er een dienstverleningsovereenkomst opgesteld waarin de afspraken (o.a. financieel) worden vastgelegd. De deelnemende partners in de RUD LN werken volgens het model van opdrachtgever- en nemerschap. Dat wil zeggen dat de RUD LN een uitvoeringsorganisatie is die voor wat betreft haar inhoudelijke taken in opdracht werkt van haar opdrachtgevers. In de reguliere werkzaamheden is het van belang de rollen van opdrachtgever en opdrachtnemer goed te onderscheiden en naar elkaar toe te positioneren. Om concreet invulling te geven aan de wederzijdse verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer worden in de Producten en Dienstencatalogus (PDC) van de RUD afspraken vastgelegd over de kwaliteit en de levertermijnen van producten die aan elkaar worden geleverd. ln mandaatbesluiten is vastgelegd welke bevoegdheden o.a. de directeur van de RUD heeft. Voor uitvoering van de taken blijven de deelnemers aan de RUD Limburg-Noord het bevoegd gezag.
De RUD Limburg Noord was een zogenaamde netwerk RUD waarbij de medewerkers in de eigen organisatie werkzaam blijven. Volgens de wet VTH mochten de netwerk RUD’s maar tot 1 januari 2018 functioneren als een netwerk- RUD. Met ingang van 1 januari 2018 moeten alle omgevingsdiensten een openbaar lichaam in de zin van de Wgr zijn. De deelnemende gemeenten hebben zich uiteindelijk uitgesproken voor een Gemeenschappelijke Regeling als bedoeld in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen doch waarbij samenwerken in een netwerkorganisatie plaatsvindt.
Deze Gemeenschappelijke Regeling is per 1 december 2017 opgericht en op 1 januari 2018 feitelijk van start gaan.
Eind 2018 is gestart met de aanzet voor een eerste evaluatie van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. De verwachting is dat de resultaten begin 2020 aan het Algemeen Bestuur van de RUD kunnen worden voorgelegd.
De RUD Limburg Noord stelt jaarlijks voor alle gemeenten in Limburg Noord een uitvoeringsprogramma op. In dit programma zijn de (verplichte) taken opgenomen die de gemeente door de RUD Limburg Noord laat uitvoeren. Conform de wet VTH zijn gemeenten verplicht voor de uitvoering van het basistakenpakket door de RUD in een verordening regels te stellen om een goede kwaliteit van de vergunningverlening en handhaving door de RUD te borgen. De VNG heeft hier een modelverordening voor opgesteld (gebaseerd op de kwaliteitscriteria 2.1) die door de RUD Limburg Noord is uitgewerkt voor alle gemeenten in Limburg Noord. De gemeenteraad van Weert heeft bij besluit van 22 februari 2017 deze verordening vastgesteld. Hierbij is nadrukkelijk het voorbehoud gemaakt dat met betrekking tot de taken die niet in de RUD worden uitgevoerd een nader standpunt kan worden ingenomen over het gewenste kwaliteitsniveau.
Overigens is in het kader van de nieuwe RUD afgesproken dat alle partners minimaal het verplichte wettelijke basistakenpakket inbrengen. Andere taken kunnen facultatief worden ingebracht.
De acties om de in 1.2 beschreven beleids- en operationele cyclus te sluiten en de kwaliteit te verbeteren liggen voornamelijk lokaal. Gemeenten hebben daarvoor lokale verbeterplannen opgesteld. De bestaande structuren van de RUD gebruiken en voorbeelden en systematieken uitwisselen binnen de samenwerking ligt echter voor de hand. Gezamenlijk draagvlak is dan belangrijk en door fasering van de uitvoering van de lokale verbeterplannen op elkaar af te stemmen kan maximaal resultaat in de samenwerking behaald worden. De voorliggende Beleidsnota VTH is daar een goed voorbeeld van.
De oplossingsrichtingen om te kunnen voldoen aan de criteria voor kritieke massa liggen echter niet per definitie lokaal maar juist in de koppeling van de diverse lokale verbeterplannen en de mogelijke bundeling van capaciteit, specialismen en kennis/ervaring bij partners. Samen zijn we sterk.
Specifieke situatie voor de gemeente Weert
Zoals gezegd heeft de gemeenteraad van Weert bij besluit van 22 februari 2017 de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vastgesteld. De hieraan ten grondslag liggende modelverordening gaat uit van een wabo-brede inbreng van taken en neemt de landelijke kwaliteitscriteria tot uitgangspunt.
De gemeente Weert heeft vooralsnog besloten tot de inbreng van het wettelijke basistakenpakket uitgebreid met milieutaken voor de eenvoudigere inrichtingen en de specialistische milieutaken. Met name de onduidelijkheid over enkele landelijke ontwikkelingen, zoals aangegeven in de volgende paragraaf, vormen hiervoor de aanleiding en het betreft dan met name enkele taken op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening. Ook gewijzigde bestuurlijke standpunten kunnen leiden tot een wijziging in de inbreng.
Daar waar bepaalde taken dus niet worden ingebracht zal, uitgaande van de uitgangspunten van de Verordening VTH, dus moeten worden aangegeven wat dit betekent voor de kwaliteitscriteria. Dit noemen we de “comply or explain” regel.
De gemeente Weert heeft eind 2016 de kwaliteitscriteria voor kritieke massa in beeld gebracht (zie bijlage 1). Hieruit blijkt dat op een aantal terreinen niet wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria (op individueel formatief niveau). Deels vallen deze terreinen onder het in te brengen basistakenpakket RUD LN en is dat dus de manier waarop getracht wordt door samenwerking het vereiste kwaliteitsniveau te halen.
De taakonderdelen die niet worden ingebracht en waar niet aan de kwaliteitscriteria voor kritieke massa wordt voldaan betreffen:
toezicht en handhaven groene wetten
bouwakoestiek
stedenbouw en inrichting openbare ruimte
cultuurhistorie
Onderstaan wordt aangegeven hoe met deze onderdelen wordt omgegaan.
Toezicht en handhaving groene wetten
De eerste verantwoordelijke voor toezicht en handhaving van de groene wetten zijn de BOA’s van de provincie Limburg. Verder wordt er op dit terrein gestreefd naar een samenwerking met Natuurmonumenten aangezien deze vereniging veel grond in bezit heeft en beschikt over eigen BOA’s. Dit in tegenstelling tot het grondareaal van de gemeente dat klein is.
Bouwakoestiek
Dit aspect zal in de toekomst mogelijk onderdeel gaan uitmaken van de private kwaliteitstoetsing in de bouw. Hierop vooruitlopend wordt er momenteel terughoudend getoetst en is de beschikbare formatie afdoende.
Stedenbouw en inrichting openbare ruimte
Deze aspecten komen aan de orde in het kader van de vaststelling van bestemmingsplannen en het onderhoudsplan openbare ruimte. Op gemeentelijke visies wordt nu niet of minder geacteerd vanwege de verwachte komst van de Omgevingswet en de rol, positie en ambitie die de gemeenteraad hierbij heeft.
Cultuurhistorie
Op dit terrein wordt externe ondersteuning gezocht via de commissie cultuurhistorie en haar adviserende taak. Qua archeologie is het uitvoeren van onderzoek en de advisering uitbesteed aan een externe partij. Het vertrek van een materiedeskundige binnen de afdeling VTH is opgevangen door één handhaver een passende opleiding op dit terrein te laten volgen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.4